Category

Blog

Blog 60: Fijne bestemming! 520 Eiffeltorens of 2 keer naar de Maan?

By | Blog

Heb je als ondernemer geld nodig? Dan ga je naar een financier en je vraagt een lening aan. Hoe werkt dat? Je geeft aan

  • Waar je het geld voor nodig heb
  • Hoeveel geld je daarnaast zelf kan inbrengen
  • Wat je prestaties en resultaten in het verleden zijn geweest
  • En wat het effect zal zijn van de investering met het geleende geld

De geldverstrekker zal bereid zijn het gevraagde krediet te verstrekken als naar diens oordeel de historische prestaties en het toekomstperspectief daar aanleiding toe geven. Als ondernemer kan je het soms niet geheel eens zijn met de beslissing, maar je begrijpt dat de geldschieter deze afweging maakt.

Hoe anders is dat in Europees overheidsverband…… 

De berichtgeving over de Europese Top van het afgelopen weekend werd gedomineerd door de rol en positie van de vrekkige vier landen, waarbij onmiskenbaar een hoofdrol was weggelegd voor onze premier, Mark Rutte. De discussies gaan over het Europese herstelplan ter grootte van € 750 miljard euro.  Kern van de berichtgeving over deze  discussie gaat niet over de inhoud, het gaat alleen over de vorm: moet het bedrag geheel ter beschikking gesteld worden als subsidie, geheel als leningen of en mix, al dan niet met  voorwaarden. 

Geen enkel bericht gaat over de vraag: Wie heeft hoeveel nodig en waarvoor?

 

Hoeveel is 750 miljard euro?

Met name de hoeveelheid geld is interessant. Hoeveel is dat nu eigenlijk, 750 miljard euro?  Omdat het vakantietijd is hebben wij twee vakantiebestemmingen geselecteerd om het bedrag te visualiseren: de Eiffeltoren en de Maan.

Europese herstelfonds visualiseren

1 euro weegt 7,5 gram, de Eiffeltoren weegt ruim 10 miljoen kilogram. Als je 1,35 miljard euromunten opstapelt heb je een volledige Eiffeltoren! Als we het bedrag van het Europese herstelfonds op deze wijze visualiseren spreken we over 520 gestapelde Eiffeltorens, dat is 18 Eiffeltorens in elk Europees land……

Twee keer op en neer naar de maan

Een andere manier van visualiseren is alle 750 miljard euro’s stapelen en zien hoe ver je komt. Er ontstaat een stapel munten van ruim 1,7 miljoen km. Dat is twee keer op en neer naar de maan!

Fijne bestemming

Wat en hoe de dames en heren in Brussel ook beslissen, wij hebben er nu twee vakantiebestemmingen voor. De komende vier weken gaan we fijn besteden aan vakantiebestemmingen, zodat u ons volgende blog, dan weer in alle ernst, op dinsdag 25 augustus tegemoet kan zien, goede vakantie!

Blijf op de hoogte

Blijf ook na de zomervakantie op de hoogte en schrijf je in voor onze blog. Na inschrijving ontvang je dan elke week een email met de blog in je postbus.

Blog 59: Werknemersparticipatie, deel 3: het invoeren van een WNP

By | Blog

De werknemersparticipatie (WNP) is een specifieke vorm van community finance. In een reeks van 4 blogs bespreken wij de kenmerken, de werking en de voor- en nadelen van een WNP. 

Deel 1: Wat is een werknemersparticipatie en welke vormen zijn er
Deel 2: Motieven voor en kenmerken van een werknemersparticipatie
Deel 3: Het invoeren van een werknemersparticipatie
Deel 4: Community finance

Deze week besteden wij aandacht aan het invoeren van een werknemersparticipatie.

Het invoeren van werknemersparticipatie vraagt een zorgvuldige voorbereiding, want de regeling moet lang meegaan. De introductie en invoering van een WNP kent vier fasen:

1. Oriëntatiefase

Wat zijn de afwegingen en motieven en welke doelen wil je nastreven? Wil je medewerkers binden? Zijn er medewerkers die je juist niet wilt binden? Past WNP binnen de cultuur van het bedrijf: is er voldoende communicatie en openheid? Zijn de medewerkers geïnteresseerd in een deelname in het bedrijf? Zijn ze bereid geld te investeren in de onderneming? Wil of kan het bedrijf medewerkers financieel faciliteren om participaties te verwerven? Als duidelijk is dat een participatieregeling past binnen de onderneming, kan men zich oriënteren op welke mogelijkheden en vormen er zijn om te toetsen of deze voldoen aan de geformuleerde doelen. 

2. Ontwerpfase

In de ontwerpfase kies je het gewenste participatiemodel en de omvang van het percentage aandelen dat aan de medewerkers ter beschikking zal worden gesteld. De juridische structuur wordt gecheckt en zo nodig aangepast. In deze fase is het inschakelen van een expert onontbeerlijk. Hoeveel is het bedrijf waard? Er moet een waardebepaling (nulmeting) van de aandelen plaatsvinden, die met de fiscus afgestemd dient te worden. De fiscus wil voorkomen dat medewerkers ‘te goedkoop’ aandelen verwerven, want dat zou een vorm van verkapt loon zijn. Het verdient aanbeveling met de fiscus een lange termijnafspraak te maken over de waarderingsmethode, zodat je niet jaarlijks goedkeuring hoeft te verkrijgen. In de ontwerpfase wordt tevens bepaald hoeveel procent van het aandelenkapitaal voor de medewerkers ter beschikking komt. De vraag is of de regeling voor alle medewerkers toegankelijk wordt gemaakt, of voor een selecte groep. Aan welke voorwaarden en eisen moeten ze voldoen om in aanmerking te komen? Alle voorwaarden en condities worden vastgelegd in een reglement. 

3. Invoeringsfase

De daadwerkelijke invoering vereist goede voorlichting aan de medewerkers. Dit kan geschieden in de vorm van een (beperkte) prospectus. Daarin wordt de bedrijfskundige informatie van het bedrijf opgenomen, evenals een globaal overzicht van de voorwaarden en condities waaronder potentiële deelnemers kunnen deelnemen. Leg in deze fase alle relevante documentatie zorgvuldig vast. Communiceer alleen op basis van de documenten, teneinde ruis in de communicatie te voorkomen. Geef expliciet toelichting op de wijze waarop de waardebepaling (de nulmeting) tot stand is gekomen en leg uit hoe de waarde in de komende jaren zal worden vastgesteld. Dit is immers bepalend voor de waarde van hun deelneming en dus voor het rendement dat de deelnemers op hun investering kunnen realiseren. 

4. Onderhoudsfase

WNP vereist zorgvuldige vastlegging en administratie. Om de handel in de participaties mogelijk te maken, wordt periodiek een “handelsdag” georganiseerd (gebruikelijk is eenmaal per jaar). De medewerkers ontvangen daartoe jaarlijks een specifieke verslaglegging over de gang van zaken van de onderneming, plus de actuele prijs van de participaties. De prijs wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de in de regeling opgenomen methode van waardering. Op een handelsdag kunnen medewerkers participaties bijkopen of terugverkopen aan de onderneming (DGA). Periodiek dient de waarde van de participaties door een externe deskundige te worden gecheckt. De frequentie hiervan is mede afhankelijk van de ruling die met de fiscus is getroffen, en van de ontwikkelingen van het bedrijf en zijn omgeving. Een frequentie van eenmaal per drie à vier jaar is meestal toereikend.

Interesse participatie neem toe

Hoewel werknemersparticipaties in het verleden (jaren zestig en zeventig) enige malen inzet zijn geweest bij cao onderhandelingen is het instrument in Nederland beperkt toegepast. Het opleidingsniveau van medewerkers in onze huidige kenniseconomie is hoger en ook ondernemerschap is populairder dan in die periode. Dit zijn wellicht redenen waarom op dit moment de interesse lijkt toe te nemen. Die interesse is breder dan alleen werknemersparticipatie. Ook participatie vanuit de keten (afnemers, leveranciers en financiers) lijkt toe te nemen. Daarom besteden we volgende week nog één blog aan deze verbreding: community finance.

Blijf op de hoogte

Volgende week bloggen we over het invoeren van een werknemersparticipatie. Blijf op de hoogte en schrijf je  in, je ontvangt dan elke week onze blog in je postbus.

 

Blog 58: Werknemersparticipatie, deel 2: motieven en kenmerken

By | Blog

De werknemersparticipatie (WNP) is een specifieke vorm van community finance. In een reeks van vier 4 blogs bespreken wij de kenmerken, de werking en de voor- en nadelen van een WNP. 

Deel 1: Wat is een werknemersparticipatie en welke vormen zijn er
Deel 2: Motieven voor en kenmerken van een werknemersparticipatie
Deel 3: Het invoeren van een werknemersparticipatie
Deel 4: Community finance

Vandaag besteden wij aandacht aan de motieven en kenmerken.  

Motieven

Het invoeren van een WNP is voor een bedrijf een ingrijpend besluit. Het is noodzakelijk vooraf goed te overdenken welke doelen je wilt bereiken en of het invoeren van een WNP daarvoor het geschikte instrument is. Er zijn veel redenen om een WNP in te voeren. Sommige doelen zijn een vorm van beloning, sommigen komen voort uit de wenst tot prestatieverbetering en weer anderen zijn gericht op ondernemerschap. Mogelijke doelen van een WNP zijn:

  1. Een vorm van belonen zonder cash out
  2. Medewerkers stimuleren en motiveren
  3. Werknemers (ver-)binden aan de onderneming
  4. Minder verloop en het vasthouden van goede mensen binnen de organisatie
  5. Het verbeteren van productiviteit en bedrijfsprestaties
  6. Verbeteren van de eigen vermogenspositie
  7. Voorbereiding voor bedrijfsovername op termijn
  8. Talent aantrekken en binden. WNP is meer dan gewoon salaris
  9. Medewerkers laten groeien naar mede ondernemer 
  10. Start up / scale up: als financiën nog ontbreken om toptalent een hoog salaris te bieden

Een aantal doelen stelt het belang van de medewerkers centraal. Anderen (zoals 6, 7 en 9) zijn meer gericht op ondernemerschap en financiering. De gekozen doelen zijn bepalend voor de vorm waarin de WNP wordt uitgewerkt.

Kenmerken 

Na een gedegen voorbereiding en invoering vergt het onderhoud van de regeling weinig tijd en energie. Een werknemersparticipatie regeling heeft een eigen dynamiek. Het is geen eenmalig project, maar meer een manier van werken met elkaar, hetgeen een motiverende invloed heeft op het personeel. Specifieke andere kenmerken en voordelen zijn: betrokkenheid, binding, ‘company proud’. Als werkgever positioneer je het bedrijf als aantrekkelijk voor medewerkers. Zijn in de onderneming medewerkers werkzaam die mogelijk ooit opvolger worden van de huidige ondernemer? Een participatieregeling kan eventueel een voorbereiding zijn op latere overdracht van de onderneming aan één, enkele of meerdere medewerkers. 

Nadelen werknemersparticipatie

Werknemersparticipatie kent ook nadelen. Is het eenmaal ingevoerd, dan zit je er in principe (voor lange tijd) aan vast. Het is immers onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Voor een ondernemer die het vervelend vindt open te communiceren over de gang van zaken van het bedrijf, is participatie door medewerkers niet geschikt. Medewerkers zijn geen ondernemers zoals de dga zelf wel is. Een ondernemer kent het gevoel van risico en weet dat goede jaren door mindere jaren worden afgewisseld. Als je een WNP in het bedrijf hebt en je aan de deelnemers in enig jaar een slecht resultaat moet melden (waardoor de waarde van hun participaties daalt), kan dat tot teleurstelling leiden. Je mag hopen dat het de participerende medewerkers stimuleert tot extra inzet om de bedrijfsresultaten weer te verbeteren.

Arbeidsvoorwaarden instrument met financieringsaspecten

Tot slot iets over het financieringsaspect: het financieringsvolume van een WNP is beperkt. Als de participatie plaatsvindt door uitgifte van nieuwe aandelen, wordt het eigen vermogen versterkt. Het zijn meestal relatief bescheiden bedragen (tot enkele duizenden euro’s) per medewerker. Desalniettemin vergroot een toename van het kapitaal de leencapaciteit van het bedrijf. Als zodanig ondersteunt het de bestaande financiering en verbetert het toekomstige financieringsmogelijkheden. Werknemersparticipatie is in praktijk een arbeidsvoorwaarden instrument met financieringsaspecten. 

Blijf op de hoogte

Volgende week bloggen we over het invoeren van een werknemersparticipatie. Blijf op de hoogte en schrijf je  in, je ontvangt dan elke week onze blog in je postbus.

 

Blog 57: Werknemersparticipatie, deel 1

By | Blog

Dit is deel 1 van 4 blogs over werknemersparticipatie. In deze reeks bespreken wij de kenmerken, de werking en de voor- en nadelen van een werknemersparticipatie.

Deel 1: Wat is een werknemersparticipatie en welke vormen zijn er
Deel 2: Motieven voor en kenmerken van een werknemersparticipatie
Deel 3: Het invoeren van een werknemersparticipatie
Deel 4: Community finance

Inleiding

Werknemersparticipatie (WNP) is een instrument waardoor medewerkers van een bedrijf kunnen deelnemen in (certificaten van) de aandelen van hun werkgever. De medewerkers participeren daadwerkelijk in het kapitaal en worden op deze manier mede-eigenaar. Dit versterkt de betrokkenheid, waardoor werknemers langer aan de onderneming gebonden en verbonden worden. Wellicht rijst de vraag of werknemersparticipatie geschikt is voor het MKB. Dat is het zeker. Werknemersparticipatie is zelfs bij uitstek geschikt voor MKB-bedrijven. Het instrument kan al bij een beperkt aantal medewerkers worden toegepast, zelfs bij minder dan 10 werknemers. Als direct financieringsinstrument heeft werknemersparticipatie een beperkte werking: het gaat meestal om relatief kleine bedragen. Maar financieringstechnisch werkt de werknemersparticipatie ook indirect. Doordat werknemers deel nemen in het kapitaal van het bedrijf kan het eigen vermogen toenemen. Hierdoor wordt de leencapaciteit van het bedrijf vergroot. 

Doel

Het primaire doel van participatie door medewerkers is niet de financiering van de onderneming, het ligt meer in het creëren van bijzondere arbeidsvoorwaarden. Toch bespreken wij de WNP als financieringsinstrument, omdat ze past in de huidige tijd. Medewerkers zijn onafhankelijk, bewust, meer ondernemingsgezind en vaak specialistisch opgeleid of ontwikkeld – allemaal ingrediënten die een werknemersparticipatie rechtvaardigen. De WNP is een financieel instrument met bredere werking dan financiering alleen.

Voorwaarden

Stabiliteit van het bedrijf is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle, langdurige werknemersparticipatieregeling. Een onderneming met jaarlijks grote fluctuaties in omzet, kosten en resultaat is niet geschikt voor WNP. Verder moet het bedrijf niet té klein zijn. De ondergrens ligt indicatief bij 8 à 10 medewerkers en qua omzet omstreeks € 2 miljoen. Vervolgens is het belangrijk dat de onderneming reële groei realiseert. Groei van de onderneming leidt tot waardegroei van de aandelen, wat belangrijk is voor het rendement voor werknemersparticipatie. Een bedrijf dat gebaat is bij langdurige binding van het personeel (bijvoorbeeld fintechs, overige technologie, ICT, kennis dienstverleners) kan die binding op deze wijze bevorderen. Hoewel het fenomeen niet gebonden is aan het opleidingsniveau van de medewerkers, komt bij kleinere bedrijven WNP vooral voor in ondernemingen waar high professionals werkzaam zijn. 

Verschillende mogelijkheden

Er zijn verschillende mogelijkheden waarop (technisch) de werknemersparticipatie kan worden ingericht. Formuleer voorafgaand aan het proces van werknemersparticipatie zo nauwkeurig mogelijk welke doelen je nastreeft met de participatie. Dat helpt bij de vervolgkeuze: hoe ga ik het inrichten. Enkele mogelijkheden zijn:

1. Aandelen

Met aandelen verkrijgen werknemers werkelijk mede-eigendom van de onderneming, met dezelfde aandeelhoudersrechten en stemrecht. Voor MKB ondernemers is deze variant veelal een stap te ver.

2. Aandelenopties

Aandelenopties geven recht op de verkrijging van aandelen in de vennootschap. Interessant als “het verbinden van de medewerker” het doel is van de WNP. Wij behandelen in onze blogreeks de WNP vanuit financieringsoogpunt. Hieraan draagt de optie niet bij

3. Stemrechtloze aandelen

Het stemrechtloze aandeel is in Nederland in 2012 geïntroduceerd. Met stenrechtloze aandelen verkrijgt een medewerker economisch eigendom (recht op dividend en verkoopwinst), maar geen stemrecht. De stemrechtloze aandeelhouder mag wel deelnemen aan de aandeelhoudersvergadring, maar heeft daarin geen stemrecht.

4. Certificaten van aandelen

Certificaten van aandelen worden uitgegeven door een eigen StAK (Stichting Administratiekantoor). Medewerkers met certificaten (certificaathouders) hebben geen vergaderrecht en stemrecht, maar wel economisch recht (dividend en verkoopwinst). Voor de WNP is deze vorm uitermate geschikt. Het stemrecht van de betreffende aandelen ligt bij het bestuur van de Stak. In praktijk betekent dat meestal de ondernemer zelf.

In de theorie worden soms nog andere varianten vermeld, zoals SAR’s ( Stock Appreciation Rights, die recht geven op de waardevermeerdering van het bedrijf) en bonussen. Deze varianten zijn meer instrumenten voor beloning dan voor  financiering.

Het verdient aanbeveling in overleg met een gespecialiseerde adviseur de best passende vorm te kiezen. In ons volgende blog gaan wij in op de  motieven om te besluiten een WNP in te voeren en de kenmerken ervan.

Blijf op de hoogte

Volgende week bloggen we over de motieven voor en kenmerken van een werknemersparticipatie. Blijf op de hoogte en schrijf je  inje ontvangt dan elke week onze blog in je postbus.

Blog 56: Kasteelheer geneest van obesitas door eten Hema worst

By | Blog, Corona


In blog 53 schreven wij over financiële obesitas van bedrijven: het financieel overgewicht van bedrijven bestaat uit de overmaat aan vreemd vermogen, wat leidt tot (te) lage solvabiliteit. De zékere vaste lasten van financiering zijn dan hoog in relatie tot de onzekere inkomsten van een bedrijf. Eén van de risico’s, zie ook blog 55 van vorige week,  is dat de schuldeisers het roer overnemen. Investeerder Marcel Boekhoorn verloor “zijn” Hema aan schuldeisers, omdat Hema de verplichtingen niet kon nakomen. Niet leuk om in zo’n strijd de controle over jouw bedrijf te verliezen. Dat kan óók bij MKB bedrijven gebeuren… 
Maar zo’n dreiging kan ook een kans betekenen. Dinsdag 23 juni stond in De Financiële Telegraaf een artikel met de titel:

Kasteelheer doet ‘een Hemaatje’

In het kort de kern van het verhaal:

In 2018 neemt Haarlemse ondernemer Erik Kuiper-van den Berg evenementenlocatie Chateau Marquette over. De economie draait op volle toeren, de vooruitzichten zijn zonnig. Hij durft het aan om de overname grotendeels te financieren met geleend geld. Onverwacht is door de coronacrisis het bedrijf in zwaar weer beland. De ondernemer acteert pro actief. Om de schuldenlast te verminderen neemt hij zelf het initiatief om ruim een derde van zijn eigen aandelen te verkopen. Met de opbrengst verlaagt hij de schuld en dus de schuldenlast en vergroot hij het eigen vermogen en maakt direct zijn bedrijf weerbaarder voor de toekomst! Chapeau, ondernemen is óók dúrven veranderen en aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Zoals de ondernemer het zelf zegt:

“Door mijn schuldeisers mede-eigenaar te maken, ben ik van de hoge rentelast af.”

 

Wie kan delen kan vermenigvuldigen

Gegeven de omstandigheden is dit een mooie oplossing. Zoals onze voorzitter Ronald Kleverlaan het verwoordt: “Eigenlijk is het de Hema-oplossing in het klein.” Een oplossing die navolging verdient. Ondernemers creëren extra (overlevings-) kansen. Een gezonde balans is een goede financiële basis voor de toekomst. Uiteindelijk geldt: wie kan delen kan vermenigvuldigen. Kleverlaan: “Het is een vorm van financiering die je steeds vaker gaat zien bij kleine bedrijven. In Groot-Brittannië gebeurt het veel, bijvoorbeeld dat buurtgenoten samen een lokale pub overnemen. Er is daar zelfs speciale wetgeving voor.” In Nederland is er geen specifieke wetgeving. Chateau Marquette bewijst dat dit voor haar geen belemmering is gebleken. Het eten van deze Hemaworst heeft deze onderneming voor dit moment genezen van haar overcreditering. 

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

Blog 55: HEel MAchtig, de risico’s van te veel schuld

By | Blog


Bedrijfsobesitas, zo noemden wij in blog 53 de situatie wanneer een bedrijf is volgestouwd met schulden. In onze recente blogs hebben wij veel aandacht besteed aan gezonde bedrijfsfinanciering. Met gezond bedoelen wij in dit verband dat de omvang van het vreemd vermogen binnen de perken gehouden moet worden. Waarom? Kijk naar de berichtgeving van afgelopen dagen rondom de Hema en het wordt duidelijk: veel schuld leidt tot héél veel macht bij de schuldeisers. In de situatie van de Hema is het eigendom van het bedrijf aan de aandeelhouder ontnomen. Een risico dat ook MKB ondernemers kunnen lopen.

Wat zijn de risico’s van (te) veel schuld?

Een overmaat aan schuld brengt verschillende risico’s met zich mee.

  • Vaste verplichtingen: schuld brengt verplichtingen aan rente en aflossingen met zich mee. Meer schuld betekent derhalve én meer rentelasten én meer aflossingsverplichtingen. Tegenover deze vaste  verplichtingen heeft een bedrijf onzekere inkomsten: inkomsten bij een bedrijf fluctueren en kunnen onverwacht (Corona) dalen. Geringere vaste verplichtingen betekenen dus minder risico. 
  • Oplopende rente: financiers vragen een hogere rente als een bedrijf (te) veel leent.
  • Voorwaarden worden strenger naarmate de schuld toeneemt en financiers vragen steeds meer en zekerheden
  • Per saldo heeft de ondernemer minder vrijheid van handelen, mist hij de middelen om kansen te pakken en wordt hij ‘dienaar van de financiers’. 

Het voorbeeld van Hema bevestigt dat je als ondernemer uiteindelijk de volledige controle over je bedrijf kunt verliezen. Je bent geen ondernemer geworden om te dansen naar de pijpen van de schuldeisers. Ondernemers hebben vaak een heilig geloof in hun idee, hun product, hun unieke propositie. Logisch dat hun focus meer ligt op het verwezenlijken van hun plannen dan op de randvoorwaarden van het ondernemen. Financiering is één van die randvoorwaarden. Maar, randvoorwaarden heten niet voor niets voorwaarden

Voorkomen is beter dan genezen

Om financiële obesitas te voorkomen is het belangrijk om over voldoende eigen vermogen in het bedrijf te beschikken. In voorgaande blogs hebben wij daaraan aandacht besteed. Maar je kan meer doen.

  • Werk planmatig: steeds meer ondernemers werken met jaarplannen en –prognoses. Het voordeel van een prognose is dat je op voorhand de financiële effecten van verschillende scenario’s kan beoordelen. Je kunt tijdig beslissen of, wanneer en hoeveel extra financiering in de komende periode nodig is.
  • Gebruik het plan door het jaar heen! Check periodiek of de realisatie in lijn ligt met de plannen en zo niet, beoordeel dan de afwijkingen en de daarmee samenhangende gevolgen voor de geldstroom in het bedrijf (en dus de financieringsbehoefte).
  • Klein bedrijf, toch een eigen CFO? Natuurlijk! Elke ondernemer zou zijn eigen deeltijd CFO moeten hebben. Dat klinkt zwaar, maar is eenvoudig. Werk samen met een (bij voorkeur externe, onafhankelijke) financieel deskundige waarmee je elke maand 2 uurtjes spart. Sommige ondernemers doen dit samen met hun accountant. In toenemende mate zie je ondernemers die hun eigen financieel adviseur of coach of sparringpartner hebben. Vaak een gespecialiseerde financieringsadviseur die alert is op risico’s én kansen. 

Wie bewust stuurt op gezonde financials kan HEel Makkelijk financiële obesitas voorkomen. Als je er verstandig mee omgaat krijg je van af en toe eens een stukje rookworst echt geen obesitas.

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

Blog 54: EVL35, voor beter vermogen

By | Blog

Gezond zijn, wie wil dat niet. Een belangrijke maatstaf voor een financieel gezond bedrijf is de solvabiliteit. Een onderneming met voldoende solvabiliteit

  • Kan financiële tegenslag incasseren
  • Heeft voldoende financiële basis voor continuïteit
  • Heeft leencapaciteit voor groei en innovatie

en is daardoor een economisch stabiele factor in haar omgeving. In blog 53 constateerden wij dat het merkwaardig is dat er geen eenvoudig toegankelijk product wordt aangeboden waarmee MKB bedrijven hun solvabiliteit kunnen verbeteren. Er is geen loket waar het MKB geld kan ophalen met de karaktereigenschappen van eigen vermogen. Wij ontvingen verschillende reacties en suggesties. Op basis daarvan presenteren wij in dit blog de Eigen Vermogens Lening, de EVL35.

Structureel een betere solvabiliteit met EVL35

De gedachte achter EVL35 is dat een solvabiliteit van 35% een gezonde basis is voor MKB ondernemingen. In zo’n situatie heeft een bedrijf voldoende reserve om tegenslagen te incasseren. De EVL35 dient te voldoen aan belangrijke kenmerken van het eigen vermogen én aan de wensen van MKB ondernemers, te weten:

  • Géén rente druk
  • Géén aflossingsdruk
  • Géén verandering van eigendom
  • Géén verandering van zeggenschap

Met zo’n product kan het Nederlands MKB structureel een betere solvabiliteit realiseren en kan de verslaving aan financieren (met alle risico’s) worden doorbroken. 

Kenmerken van de Eigen Vermogens Lening

Naar onze mening zou EVL35 er in grote lijnen als volgt uit kunnen zien:

Kenmerk Toelichting
1.

Achtergestelde converteerbare bulletlening zonder jaarlijkse aflossingsverplichting.

Na verstrekking dient de solvabiliteit 35% te zijn

Achtergesteld: dus risicodragend

Geen aflossing: dus geen belasting van de kasstroom 

2 Jaarlijkse vergoeding (rente of naar rato  resultaat) wordt bij hoofdsom bijgeschreven Bijschrijven: dus geen belasting kasstroom plus verdere versterking risicodragend vermogen.
3 Aflossing bullet na vooraf afgesproken looptijd (tussen 2 en 7 jaar) De looptijd is afgestemd op de periode die is dat het bedrijf naar verwachting nodig heeft om zelf voldoende eigen vermogen op te bouwen. Bulletmoment is herijkingsmoment.
4

Bulletmoment: 3 mogelijkheden:

  • Volledige aflossing lening+rendement
  • Volledige (straf-) conversie in AK
  • Tussenvorm: gedeeltelijke aflossing, gedeeltelijke conversie e/o regulier aflossingsschema
  • Doel is bereikt, bedrijf heeft zelfstandige gezonde balans
  • Als zelfstandige opbouw solvabiliteit na afgesproken periode niet is gerealiseerd treedt door conversie de verstrekker van EVL35 toe als aandeelhouder
  • Er is blijkbaar  meer tijd nodig voor zelfstandige financiële gezondheid, perspectief is goed
5

Specifieke voorwaarde:

Gedurende looptijd geen dividend naar aandeelhouders of (bij EZ en VoF) beheersing privé opname

Uiteindelijk moet de ondernemer zélf voldoende solvabiliteit opbouwen
6

Rentetypen EVL35

  • Vaste hoge rente 
  • Naar rato winst
Rendementseis op niveau risicodragend vermogen. Hierin  wordt het risicodragende karakter verdisconteerd. Jaarlijks bijschrijven.
7

Moment waarop conversierecht kan worden uitgeoefend:

  • Op bulletmoment
  • Tussentijds als de situatie ontstaat dat het eigen vermogen van de onderneming zónder EVL35 negatief is geworden
De conversie is een strafconversie, omdat het bedrijf niet op eigen kracht voldoende eigen vermogen heeft opgebouwd.

Goed voor ondernemers, financiers en medewerkers

EVL35 is in beginsel toepasbaar op elk type bedrijf en elke bedrijfsomvang. Het is een vaccin tegen financiële bedrijfsobesitas (overcreditering) en komt daardoor ten goede aan alle betrokkenen:

  • Ondernemer: krijgt zéér ruim de tijd om zelfstandig een voldoende vermogensbuffer op te bouwen
  • Onderneming: van meet af aan meer continuïteitsbasis en meer leencapaciteit
  • Financiers: minder risico omdat bedrijf minder zwaar is gefinancierd
  • Medewerkers: werkgelegenheid veiliger door beter continuïteit

Wie gaat de EVL35 aanbieden?

Wij nodigen financiers en financiële adviseurs uit met elkaar en met ons de discussie aan te gaan over EVL35 en de vraag wie EVL35 kan c.q. wil aanbieden. Kan het als een nieuw product van  bestaande financiers? Nieuwe aanbieders? Een loket van de overheid c.q. RVO? Speciale fondsen? En daarbij speelt ook de vraag of EVL35 kan worden ondersteund door bijvoorbeeld een overheidsgarantie, zoals indertijd bij de Garantieregeling Particuliere Participatiemaatschappijen. Dankzij een 50% hoofdsomgarantie van de overheid was die regeling uitermate succesvol en heeft deze de basis gelegd voor de huidige MKB equitymarkt in Nederland. EVL35 kan zo een eerste aanzet zijn om de financiering van MKB in Nederland beter toegankelijk en structureel gezonder te maken. 

Wij denken dat het mogelijk is. Wat vind jij? Stuur je feedback naar info@stichtingmkbfinanciering.nl. We zijn benieuwd!

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

Blog 53: Bedrijfsobesitas, wat doe je eraan?

By | Blog

In de afgelopen halve eeuw is de toename van de welvaart samengegaan met de toename van het lichaamsgewicht van mensen. Inmiddels heeft in Nederland 50,2% (!) van de mensen overgewicht. 15 % heeft ernstig overgewicht, obesitas.

Financieel overgewicht door vreemd vermogen

In het Nederlandse MKB is het niet anders. Het financieel overgewicht van bedrijven vertaalt zich in een overmaat aan vreemd vermogen. Een overmaat aan vreemd vermogen leidt tot een (te) lage solvabiliteit. Is de solvabiliteit minder dan 35% dan is er sprake van ‘overgewicht aan financiering’”, is de solvabiliteit minder dan 25% dan is er sprake van financiële obesitas. Lager dan 15% is levensbedreigende financiële obesitas. Ondernemingen met een onvoldoende solvabiliteit zouden hun prioriteit bij vermogensverbetering moeten leggen, níet bij investeren in combinatie met meer financieren. Maar waar kunnen zij terecht? Op de keper beschouwd: nergens.

Geen financiële producten voor verbetering solvabiliteit

In de huidige markt worden géén financiële producten aangeboden waarmee een (kleine) MKB onderneming zijn solvabiliteit kan verbeteren. In blog 52 zijn de instrumenten genoemd waarmee MKB ondernemers de solvabiliteit kunnen verbeteren: 

  • Winstinhouding: klopt, maar dan moet je wel winst maken en misschien járen sparen
  • Balansverkorting: helpt procentueel wel, maar levert geen eigen vermogensgroei op
  • Inbreng extra kapitaal door ondernemer: daar moet je privé dan wel over beschikken
  • Inbreng kapitaal door derden/investeerders: waar vindt “de bakker op de hoek” een investeerder?
  • Werknemersparticipatie: het bindt wel personeel, maar de (te verwachten) verbetering van het eigen vermogen is beperkt.

Conclusie 

Solvabiliteitsverbetering is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Weer een gelijkenis met  overgewicht…

Probleem niet nieuw

Het probleem van te lage solvabiliteit is niet nieuw. In het verleden zijn er verschillende initiatieven en door de overheid geïnitieerde en gesteunde maatregelen geweest. Zo heeft de “Garantieregeling Particuliere Participatie Maatschappijen” uit 1981 tot het ontstaan van veel participatiemaatschappijen geleid. Maatschappijen die voornamelijk de focus hebben op het grotere MKB. In dezelfde periode werd via de toenmalige NIB gedurende een beperkte tijd een ander risicodragend product aangeboden (Kapitaal Krediet). 

Wel aandacht voor start ups en scale ups

De later geïntroduceerde ‘Tante Agaathlening’ (afgeschaft in 2011) was een succesvol (fiscaal) instrument voor kleine ondernemingen. Inmiddels wordt er in de politiek gesproken over een revitalisering van deze regeling in het kader van de discussie over durfkapitaal. De gedachte is dat een nieuwe durfkapitaalregeling de groei van ondernemingen in de beginfase zou kunnen bevorderen. Interessant, maar véél belangrijker is een instrument voor de honderden duizenden bestaande, soms lang gevestigde, bedrijven die onvoldoende gekapitaliseerd zijn. De laatste jaren gaat alle aandacht uit naar start ups en scale ups, dat is hip. Bestaande MKB bedrijven zijn de basis van onze economie, maar zij worden niet in staat gesteld op eenvoudige wijze een gezonde vermogensverhouding te realiseren. Dat is een lacune in het financiële productenassortiment. 

Uitnodiging, wie komt er met een instrument?

Wij nodigen iedereen, ondernemers, adviseurs, politiek, wetenschappers, commerciële marktpartijen, uit om daar eens de gedachten over te laten gaan. Een eenvoudig instrument waarmee het MKB in staat wordt gesteld

  • haar solvabiliteit te verbeteren
  • de basis voor continuïteit te vergroten
  • de leencapaciteit uit te breiden

En daardoor in staat is

  • meer te investeren
  • meer werkgelegenheid te behouden
  • sneller te groeien
  • meer innovatie te realiseren

Wij denken dat het mogelijk is. Wat vind jij? Stuur je feedback, zienswijze, oplossing, instrument of product om de solvabiliteit van het MKB te verbeteren naar info@stichtingmkbfinanciering.nl. We zijn benieuwd!

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

Blog 52: Op 5 manieren het financieel uithoudingsvermogen verbeteren

By | Blog

In de blog van vorige week hebben wij geconstateerd dat het eenvoudig is het financiële uithoudingsvermogen van een MKB bedrijf vast te stellen. De solvabiliteit is daarvoor een betrouwbare maatstaf. De conclusie van de financiële Coopertest vorige week was: heeft een onderneming een solvabiliteit van 35% of meer dan heeft het bedrijf een gezonde conditie en heeft voldoende leenvermogen voor verdere groei. Is de solvabiliteit geringer dan 35% dan is het aan te raden om te werken aan conditieverbetering. Geld lenen tast de solvabiliteit verder aan, dus wees daar even terughoudend mee en werk aan conditieverbetering ofwel verbetering van de solvabiliteit. De vraag is nu: hoe?

Actief de solvabiliteit verbeteren

Er zijn een aantal mogelijkheden om actief de solvabiliteit, lees financieel uithoudingsvermogen, van een bedrijf te verbeteren. We noemen vijf voorbeelden met daarbij de behorende kenmerken:

1. Winstinhouding

Door jaarlijks de winst aan het vermogen toe te voegen en geen of nauwelijks dividend uit te keren groeit het eigen vermogen gestaag. Een gezonde methode. Echter, deze vergt veel tijd. Het vergt soms jaren van sparen en de hand op de knip houden.

2. Balansverkorting

Het afstoten van overbodige activa en een scherper werkkapitaalbeheer (verkleining voorraad, sneller innen van debiteuren) voeren. Dit zijn eenmalige verbeteringen. Het aanwezige eigen vermogen verbetert er niet door.

3. Inbreng extra kapitaal door de ondernemer / aandeelhouder(s)

Net als winstinhouding is dit een gezonde methode; áls de aandeelhouders over middelen beschikken: breng het in! Op de spaarrekening levert het immers geen rendement. En dankzij de toename van het eigen vermogen kan de schuldpositie afnemen.

4. Inbreng kapitaal door derden

Kapitaal door derden inbrengen kan vanuit vrienden- of familiekring, maar ook via informal investors, participatiemaatschappijen en ROM’s. Een prima oplossing Hiermee kan snel een aanzienlijke verbetering van de vermogenspositie worden gerealiseerd. Overigens zijn veel ondernemers terughoudend: de ondernemer is niet meer enig aandeelhouder en moet dus meer verantwoording afleggen. Een argument dat voorbij gaat aan de voordelen:  andere aandeelhouders brengen niet alleen geld in, ook vaak hun kennis, visie en netwerk. Het biedt extra kans op professionele groei van het bedrijf

5. Werknemersparticipatie

Dit is een instrument waardoor medewerkers van een bedrijf kunnen deelnemen in (certificaten van) de aandelen van hun werkgever. De medewerkers worden mede eigenaar van het bedrijf. Het levert naast (beperkt) extra eigen vermogen ook iets extra’s op: nog meer betrokkenheid en vaak positieve gedragsverandering. Deze vorm van financieren past in de moderne tijd waarin  medewerkers meer onafhankelijk, bewust en vaak specialistisch opgeleid zijn. Een medewerkersparticipatie kan leiden tot extra (ver-)binding.

Eigen vermogen versterken niet eenvoudig

Hoe fraai deze opsomming van mogelijkheden ook is, in de praktijk blijkt het voor de meeste MKB bedrijven niet eenvoudig te zijn het eigen vermogen te versterken. Er zijn geen ‘eenvoudige’ loketten voor eigen vermogen zoals die er zijn voor vreemd vermogen (via banken en de non-bancaire kredietverstrekkers). Er is geen loket voor de MKB onderneming met een balanstotaal van € 300.000, die bijvoorbeeld behoefte heeft aan een eigen vermogensverbetering van € 50.000. Het ontbreken van zo’n loket voor eigen vermogen ‘drijft’ ondernemers dus automatisch naar de markt van vreemd vermogen. 

Financieringsgraad te hoog door vreemd vermogen

Vreemd vermogen is goedkoop, fiscaal aantrekkelijk en goed verkrijgbaar. Dat heeft geleid tot een hoge financieringsgraad (dus lage solvabiliteit) van MKB ondernemingen. Gevolg: het financiële uithoudingsvermogen is aangetast én kan niet eenvoudig worden hersteld. Een dilemma dat vraagt om nadere aandacht. 

Toegang eigen vermogensversterking MKB verbeteren

Een verbetering van de eigen vermogenspositie van MKB bedrijven leidt tot een verbetering van het financiële uithoudingsvermogen, hetgeen vervolgens de toegang tot overige financiering verbetert. Daarom gaan wij in het blog van volgende week nader in op de vraag: op welke wijze zou voor het MKB de toegang tot eigen vermogensversterking verbeterd kunnen worden? 

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

Blog 51: Doe de financiële Coopertest

By | Blog, Corona

Wel eens een Coopertest gedaan? Heel eenvoudig: 12 minuten hardlopen en maar zien hoe ver je komt. Klaar. Je loopt niet tegen een tegenstander, je kunt niet winnen of verliezen, je loopt gewoon een aantal meters. Het is geen wedstrijdje, het is een test. En een test heeft een uitslag. In een tabel kun je zien hoe goed of slecht jouw condities is: afhankelijk van het aantal gelopen meters krijg je het oordeel:

– Zeer goed
– Goed
– Voldoende
– Onvoldoende
– Slecht
– Zeer slecht

Is de uitslag onvoldoende of minder, dan wéét je dat je conditie onvoldoende is. Wat zou jij doen met een testuitslag onvoldoende of minder…? Het antwoord van velen zal zijn: “ik ga toch ‘ns werken aan verbetering van mijn conditie; het zal flinke inspanning vergen, maar zo wil ik niet verder”.

Hoe anders is dat bij de financiële conditie van bedrijven. Een onvoldoende conditie blijkt in de praktijk hoogst zelden aanleiding te zijn om stappen te zetten voor verbetering. Waarom?

  • Enerzijds omdat men niet wéét dat de financiële conditie onvoldoende is;
  • Anderzijds omdat men niet de moeite wil nemen (niet de consequenties aanvaardt) om de conditie te verbeteren.

Doe de financiële Coopertest

Het eerste aspect: hoe kan je weten wat de financiële conditie is van een bedrijf? Hoe kun je dat weten zonder specialistische financiële kennis? Bestaat er zo iets als een Coopertest voor bedrijven? Een test die eenvoudig is en betrouwbaar? Die test is er. Elke ondernemer kan deze zelf uitvoeren. De bedrijven Coopertest kost zelfs geen 12 minuten tijd, het kost maar een paar minuutjes! Voer de test uit en je wéét wat de financiële conditie is van het bedrijf, dan wéét je met zekerheid of het financiële uithoudingsvermogen van je bedrijf goed is. Geen twijfel, de test is betrouwbaar.

Solvabiliteit = uithoudingsvermogen

De betrouwbare maatstaf voor het financiële uithoudingsvermogen van een onderneming is de SOLVABILITEIT. Solvabiliteit bereken je heel eenvoudig: je deelt het eigen vermogen dat op de balans staat door het balanstotaal. Dat levert een percentage op, wat solvabiliteit wordt genoemd. In blog 28 hebben wij de rol en functie van het eigen vermogen (solvabiliteit) binnen een onderneming besproken en toegelicht. Lees die blog er nog ‘ns op na. Samengevat is de functie van eigen vermogen:
“…de buffer in de onderneming die het risico van tegenvallers opvangt…”.
Meer eigen vermogen betekent meer buffer, betekent een betere financiële conditie (weerstandvermogen) om tegenslag op te vangen.

Hoeveel eigen vermogen?

Dit werpt weer de vraag op: hoeveel eigen vermogen is gewenst, hoeveel is gezond? Is er een tabelletje, net als bij de Coopertest? Ja, die is er. In blog 29 hebben wij die uitgebreid besproken. Gedifferentieerd naar verschillende branches. Voor uitgebreide toelichting verwijzen wij naar die blog. Samengevat is de onderstaande tabel geschikt als referentie.

Bedrijfscoopertest

Solvabiliteit Conditie Coopertest Conditie
Financieel oordeel
Actie
> 65 % Zeer goed Surplus Er is geen bezwaar om eigen vermogen aan het bedrijf te ontrekken.
50% – < 65% Goed Optimum, Grootleenvermogen Geen actie nodig. Aantrekken leningen geen enkel bezwaar.
35% – < 50% Voldoende Voldoende leenvermogen Aantrekken leningen is verantwoord
25% – < 35% Onvoldoende Beperkt leenvermogen Wees héél zuinig met aantrekken van nieuwe leningen.
15% – < 25% Slecht Ongezond, nauwelijks leenvermogen Aantrekken leningen is onverantwoord. Los leningen af. Verbeter eigen vermogen door winstinhouding of kapitaalinbreng.
< 15% Zeer slecht Kritiek. Risicovol.
Geen vermogen om
tegenvallers op te vangen
Continuïteit loopt gevaar. Ga actief eigen vermogen  aantrekken.

Veel mkb ondernemingen niet fit

Terwijl veel mkb ondernemingen in Nederland een solvabiliteit hebben van minder dan 35% vragen zij toch gemakkelijk nieuwe leningen aan. Onverstandig. De bedrijfsconditie is onvoldoende. Het is wrang te ontdekken dat hierdoor bedrijven bij de eerste tekenen van een crisis al failliet gaan. In de volgende blogs besteden wij hieraan nader aandacht. Wat kunnen bedrijven zelf doen? Wat kan de markt hieraan doen? Is hier een rol voor wet- en regelgeving? Is meer kennis en voorlichting nodig? Kunnen eigen vermogensfondsen soelaas bieden? Voldoende vragen om nader aandacht aan te besteden in de aanstaande blogs voor een beter uithoudingsvermogen!

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.