Category

Blog

Blog 68: Goedkoper kunnen we het niet maken, wel eenvoudiger

By | Blog, Financieren, techniek en visie

Keuzestress: welk financieringsproduct biedt jou de beste oplossing? Lening, staatsgegarandeerd krediet, obligofaciliteit, rekening-courant, borgstellingskrediet, exportfaciliteit, garantiekrediet. Hoe kan een ondernemer de juiste kredietvorm kiezen? Wat betekenen al die verschillende vormen? Wat zijn de voordelen, de kenmerken? En waarom zijn er zo veel producten? Een ondernemer wil gewoon geld lenen en dat terugbetalen. De vraag is eenvoudig, de oplossingen van aanbieders lijken soms ondoorzichtig. Dat is niet nodig.

Financieringsland is in de kern eenvoudig

De productmix in financieringsland is in de kern eenvoudig. Twee productvormen zijn slechts van belang voor het financieren van een onderneming. Alle details en opsmuk vertroebelen het beeld waar het om gaat.

Het eerste productvorm is de (vaste) lening

Bij een vaste lening krijg je een vast bedrag en wordt een vast  aflossingsschema overeengekomen. Eenmaal afgeloste bedragen kun je niet opnieuw opnemen. De looptijd van de vaste lening is daarmee ook duidelijk.

De tweede productvorm is het variabel krediet

Het variabel krediet is een financieringsfaciliteit, meestal met een bovengrens. Bij banken gaat dit in de vorm van een kredietlimiet op de betaalrekening, bij factormaatschappijen in de vorm van een maximaal percentage van de uitstaande vorderingen. Bij de bancaire variant wordt een bovengrens (kredietlimiet) afgesproken. Dit is het maximumbedrag waarover je kunt beschikken, maar je hoeft het niet op te nemen. Je hoeft niet af te lossen. In principe wordt jaarlijks beoordeeld of de hoogte van het kredietmaximum nog toereikend en passend is. Zo niet, dan kan aanpassing plaatsvinden. Bij de factorvariant krijg je een afgesproken percentage uitgekeerd op de overgedragen debiteuren, dus varieert de financiering mee met de verandering van de uitstaande vorderingen.

Eenvoudig toch?

Er is een groot aanbod van zakelijke financieringen. Alle varianten die financiers aanbieden, zijn terug te brengen tot deze twee basisvormen:

  1. vaste lening: je ontvangt de lening, lost periodiek af en her-opname is niet mogelijk.
  2. variabel krediet: je kan beschikken over een wisselend (bank-) krediet ofwel over een bevoorschotting op debiteuren, de faciliteit staat voortdurend (revolverend) ter beschikking.

Vaste lening voor vaste activa

De vaste lening is het meest geschikt voor investeringen in vaste activa. Bijvoorbeeld een investering in een pand, machines of inventaris. Het variabele krediet is het meest geschikt voor de financiering van het werkkapitaal, dus van de exploitatie van een onderneming. Overigens zijn veel non-bancaire financiers, als zij het variabele krediet niet in hun productaanbod hebben, graag bereid een vaste lening aan te bieden ter financiering van het werkkapitaal.

Nu nog de aanbieder kiezen

De keuze van het juiste financieringsinstrument hoeft niet heel moeilijk te zijn. Nu het aantal aanbieders zo groot is is het de vraag: hoe kies je de best bij jou passende aanbieder? Daaraan besteden we aandacht in ons volgende blog.

Blijf op de hoogte

Elke week de non-bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

Blog 67: Voor ondernemers geldt: Geld lenen levert geld op, maar is de zzp’er een echte ondernemer?

By | Blog, Financieren, techniek en visie

Ondernemers investeren in bedrijfsgoederen om rendement te maken. Het is vanuit het perspectief van rendement zinvol om een investering (gedeeltelijk) met geleend geld te realiseren… zolang het rendement op de investering groter is dan de kosten van de financiering. Let op: deze redenering gaat voorbij aan de nadelen en de risico’s van financieren. De uitspraak is zuiver cijfermatig. En de conclusie is duidelijk: geld lenen levert geld op als de kostprijs van de financiering lager is dan het rendement van de investering. 

Inkomsten onzekerheid zzp’ers extra groot

Als geld lenen geld oplevert, is de vraag gerechtvaardigd: is krediet zonder limiet verantwoord? Het antwoord is: nee. In ons blog 4 (Krediet zonder limiet) staat toegelicht waarom lenen óók risicovol is: een geldlening bevat vaste verplichtingen, terwijl de omvang van de inkomsten van een ondernemer onzeker zijn. De mate van onzekerheid is veelal groter naarmate een onderneming kleiner is. Een zzp’er is een de kleinst denkbare vorm van ondernemen: over het algemeen geldt dat de onzekerheid van de inkomsten van zzp’ers extra groot is. 

Zzp’er creëert geen ondernemingswaarde

Zzp’ers zijn ondernemers zonder personeel in dienst. Veel zzp’ers voeren niet een bedrijf in de klassieke zin, maar zij exploiteren voornamelijk hun eigen persoonlijke kwaliteit als professional. In de praktijk zijn veel zzp’ers werknemers zonder vast dienstverband. Zij werken voor een beperkt aantal opdrachtgevers. Het continuïteitsrisico van hun inkomen is groot. Een zzp’er creëert in zijn bedrijf wel inkomen, maar geen ondernemingswaarde

Meer zzp’ers zoeken naar financiering

Daar tegenover staat dat de meeste zzp’ers ook niet hoeven te investeren om hun activiteiten te verrichten. Toch zie je in de zakelijke leningenmarkt in toenemende mate ook zzp’ers zoeken naar financiering. Het is belangrijk de juiste afweging te maken bij het financieren van een zakelijke investering. Dat wil zeggen: levert de investering rendement in de bedrijfsvoering? Is dat niet het geval, dan levert de investering géén geld op! Dan kost deze geld. Dan is de andere slogan van toepassing: ‘let op: geld lenen kost geld’. 

Geld lenen groot risico voor zzp’er

Als zzp-ondernemer moet je je dan écht bewust zijn van het feit dat geld lenen een bovengemiddeld groot risico is. Investeringen in een laptop of in een auto om naar je werk te gaan zijn in feite gewoon consumenteninvesteringen. Veel zzp’ers roemen de vrijheid die het zzp-ondernemerschap met zich meebrengt. Hoeveel vrijheid heb je écht als je als zzp’er een (consumenten-) investering financiert met geleend geld met bijbehorende vaste verplichtingen?  

Blijf op de hoogte

Elke week de non-bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

Blog 66: Welke financiering kiest Bert?

By | Blog, Financieren, techniek en visie

Ben je ondernemer met plannen en ideeën? Wil je uitbreiden, groeien, investeren? Wat let je? Goede plannen verdienen het om uitgevoerd te worden. Immers, een goed plan levert rendement op. Je weet precies wat je wil en je weet wat het effect zal zijn van de investeringen. Nog één ding even regelen: de financiering. Want de vraag is: krijg je de financiering rond en zo ja bij welke geldverstrekker en tegen welke voorwaarden? En hoe belangrijk is de prijs?

Wat is de best passende financiering?

Ondernemers met een financieringsvraag doen er goed aan om tijd en rust te nemen om naast de goede investeringsbeslissing óók de beste financieringsbeslissing te nemen. De vraag is: wat is de best passende financiering? We zijn gemakkelijk geneigd te kijken naar de prijs, maar is dat het beste beslissingscriterium?

De context bepaalt

Een voorbeeld, je wilt een fiets kopen, splinternieuw. Je hebt de keuze uit twee modellen: model I is een stadsfiets van € 950, model II is een tourfiets van € 3.450. Welke kies je? Zonder nadere specificatie is die keuze niet te maken. Het maakt nogal verschil of je de fiets 1x per week gebruikt om wat boodschappen te halen, of dat je dagelijks 30 km naar je werk op en neer fietst. De modellen I en II zijn beide een fiets, maar als product zijn de verschillen groot. De context bepaalt mede welke fiets je koopt en welk bedrag je uiteindelijk besteedt. 

Prijs alleen is niet belangrijk

Bij het aantrekken van een lening is dat niet anders. Het verschil van aanbieders vertaalt zich niet alleen in de prijs (de te betalen rente), maar ook in bedrag, looptijd, voorwaarden, zekerheden en snelheid van proces. 

Kijk ook naar de voorwaarden

Een voorbeeld: Bert heeft de keuze uit twee leningen van € 500.000. Financier I vraagt 3,5% rente, Financier II vraagt 6,5% rente. Waarom zou Bert überhaupt de dure lening II overwegen? We kijken naar de voorwaarden:

Lening I

Lening II

Hoofdsom

€ 500.000

€ 500.000

Rente

3,5%

6,5%

Aflossing

60 maanden

60 maanden

Vervroegd aflossen

Boeterente

Boetevrij

Zekerheden

Verpanding inventaris
Verpanding voorraad
Verpanding debiteuren
Verpanding creditgelden
Medeschuldenaar: holding Bert
Borgstelling: Bert privé  € 125.000

Geen zekerheden

Duur aanvraagprocedure

7 weken

1 week

 Bij Lening I zijn Bert, zijn Holding en de werkmaatschappij met handen en voeten gebonden. Als het ooit fout loopt, is hij privé aansprakelijk en zal ok zijn personal Holding worden aangesproken. Bij Lening II betaalt hij wel meer rente, maar daar staat tegenover dat hij persoonlijk geen enkel risico loopt. Voor de “afkoop” van dat persoonlijk risico betaalt hij een premie van 3% extra rente. Is het dat waard?

Keuze van financiering is persoonlijk 

Dat is een persoonlijke afweging. Een gevoelsmatige afweging. Dát is de context waarbinnen een ondernemer een financieringsbeslissing neemt. Voor Bert was de keuze eenvoudig: rust en vrijheid zijn hem extra rente waard. Lening I is in feite een volstrekt ander product als lening II. Een ander product heeft een andere prijs, net zoals bij het eerdere voorbeeld van de fietsen. Bert kan zich de luxe van Lening II veroorloven.

Blijf op de hoogte

Elke week de non-bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

 

Blog 65: Passende financiering, waar haal je het vandaan?

By | Blog, Onderzoek, (markt-)ontwikkelingen, regelgeving

Uit het onderzoek naar de ontwikkeling van de zakelijke non-bancaire financiering in Nederland dat SMF in juni publiceerde bleek dat de omvang van de non bancaire financiering (€ 2,6 miljard) zó groot is geworden dat niet meer gesproken wordt van alternatieve financiering, maar van non-bancaire financiering. De groei vindt plaats in alle delen van de financieringsmarkt van het MKB (zowel de kleine financieringen als ook de grotere miljoenenverstrekkingen). Tevens werd geconstateerd dat met name bij de financieringsvolumes tot € 1 miljoen het volume van de bancaire financieringen jaarlijks afneemt versus een toename van non-bancaire verstrekkers. De non-bancaire financiers nemen de financieringsrol van de banken in dat segment langzaam maar zeker over.

Het aanbod van financiering is groot en divers geworden, waardoor het voor ondernemers niet altijd duidelijk is waar zij het beste een financiering kunnen aanvragen. De rol van gespecialiseerde financieringsadviseurs wordt in deze markt belangrijker. Zij kunnen de MKB ondernemer begeleiden in hun zoektocht naar financiering. In eerder gepubliceerde blogs hebben wij de verschillende aanbieders van financiering besproken. Onderstaand is een samenvattend overzicht, verdeeld over 4 groepen, opgenomen. Tenslotte is een tabel toegevoegd: dit geeft antwoord op de vraag welke aanbieders gespecialiseerd zijn in welke obligo’s (omvang van bedragen). 

Voor het overzicht onderscheiden wij 4 hoofdgroepen van geldverstrekkers:

1.  Non-bancaire geldverstrekkers

Hieronder rekenen wij de financiers die onderwerp waren van het onderzoek van SMF:

  • Crowdfunding / crowd finance
  • Direct lending / investeringsplatforms
  • Kredietunies
  • Factoring
  • Leasing
  • Vastgoed financiering
  • MKB beurs

2. Keten- en transactie financieringen

Hieronder vallen allerlei (creatieve) financieringsoplossingen die partijen in de keten, binnen hun transacties, met elkaar overeenkomen. 

  • Leverancierskrediet; hieronder valt niet alleen het gewone leverancierskrediet. Een leverancier kan ook in een éénmalige transactie medefinancieren d.m.v. een vendorloan (verkoop onroerend goed, verkoop onderneming, verkoop machines, etc.) 
  • Afnemersfinanciering: Afnemers die vooruit betalen financieren het werkkapitaal van een onderneming.
  • Fiscus: met de fiscus kan men bij achterstand soms goede afbetalingsregelingen overeenkomen. Belangrijk is dat de fiscus “als gewone financier” volledig wordt geïnformeerd en betrokken.

3. Eigen netwerk

Ook het eigen netwerk kan een heel creatieve bron van financiering zijn. Onder deze categorie scharen wij

  • Eigen inbreng van de ondernemer
  • FFF: Family, Friends en Fans
  • WNP: Werknemersparticipatie
  • Informal investors
  • “collega” ondernemers: andere ondernemers uit het eigen netwerk die elkaar helpen

4. Overige traditionele verstrekkers

In bovenstaande categorieën zijn al enkele langer bestaande geldverstrekkers vermeld (zoals factor- en lease maatschappijen). De nog niet genoemde traditionele verstrekkers zijn

  • Banken  en
  • Participatiemaatschappijen

Wie is jouw financieringspecialist?

Het aanbod van financiering is groot. Door het grote aantal verschillende financiers is het de vraag: Wie is SPECIALIST in welk obligo? Immers, voor een financiering van € 10.000 kun je beter niet aankloppen bij een bank. Voor een financiering van € 10 miljoen moet je niet bij een Kredietunie zijn. In onderstaande tabel hebben wij d.m.v. sterren aangegeven tot welke partijen je het beste kan richten. Hierbij zij opgemerkt dat het een indicatieve indeling betreft. 

Aanstal sterren

Blanco : Betreffende geldverstrekker richt zich niet of niet primair op deze obligo’s

∗ : Binnen de groep van deze geldverstrekkers zijn er (enkele) financiers te vinden die betreffende obligo’s verstrekken.
∗∗ : deze obligo’s vormen een belangrijke groep voor deze verstrekker
∗∗∗ : In deze obligo’s is de betreffende geldverstrekker een specialist

< € 50k

< € 250k < € 1 mln < € 2,5 mln < € 10 mln >  € 10 mln
Non-bancair Toelichting
Crowdfunding

∗∗

∗∗∗

∗∗∗

Direct lening / investeringsplatforms Platforms hebben verschillende doelgroepen.
Er zijn platforms die zich beperken tot € 50.000,
er zijn platform die starten vanaf € 500.000.
Per categorie zijn er specialisten

∗∗∗

∗∗∗

∗∗∗

∗∗∗

∗∗

Kredietunie

∗∗∗

∗∗∗

Factoring Kan per factormij verschillen

∗∗

∗∗

∗∗∗

∗∗∗

∗∗∗

Leasing Kan per leasemaatschappij verschillen

∗∗∗

∗∗∗

∗∗∗

∗∗

∗∗

MKB Beurs

∗∗∗

∗∗∗

∗∗

Vastgoedfinanciering

∗∗∗

∗∗∗

∗∗∗

∗∗

Keten / transactie
Leveranciers

∗∗∗

∗∗

Afnemers

∗∗∗

∗∗

Fiscus

∗∗∗

∗∗

(Eigen) netwerk
Eigen inbreng

∗∗∗

∗∗

FFF

∗∗∗

∗∗∗

∗∗

WNP WNP is primair een arbeidsvoorwaarde

Informal investors

∗∗

∗∗

∗∗

Ondernemers

∗∗∗

∗∗

Traditioneel
Bank Kleine obligo’s worden met standaard-producten bediend

∗∗

∗∗∗

∗∗∗

Participatiemaatschappijen

∗∗

∗∗∗

∗∗∗

Ga voor minimaal 3 sterren

Dit overzicht sluit aan bij de gesignaleerde trend in de markt: de non-bancaire financiers zijn op dit moment in toenemende mate de specialisten voor financieringen tot € 1 miljoen en zij spelen in het segment tussen € 1 en € 2,5 miljoen een steeds belangrijkere rol. In de grotere financieringsvolumes spelen de banken vooralsnog een dominante rol.

Ben je dus op zoek naar passende financiering check het bovenstaande schema en ga dan minimaal voor 3 sterren!

Blijf op de hoogte

Elke week de non-bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

 

Blog 64: Marktmeester: pak je rol!

By | Actualiteiten, Blog


Risico en rendement worden vaak in één adem samen genoemd. De verwachting van een hoog rendement gaat gepaard met een hoog risico. Ik vraag me wel eens af of eenieder zich realiseert wat deze uitspraak echt betekent voor een investeerder? Realiseert men zich wat de vertaling is van “de verwachting van een hoog rendement”? Vrij vertaald: “de serieuze kans op een zeperd”. En dat is alles behalve een aantrekkelijk vooruitzicht. De hoge rendementsverwachting is een roes, het manifesteren van het risico is de kater.

Overheid beïnvloedt risico en rendement

Mensen en organisaties maken voortdurend risico rendements afwegingen. Soms zijn er situaties waarbij de overheid dit proces bewust beïnvloedt, bijvoorbeeld door fiscale wetgeving of garantieregelingen. De overheid doet dat op het moment dat markten zelfstandig onvoldoende functioneren. Stimulerende maatregelen bieden dan hulp.

Zakelijke financieringsmarkt MKB functioneert onvoldoende 

Een markt die op het ogenblik is de zakelijke financieringsmarkt van het midden- en kleinbedrijf. Het is m.n. voor kleine bedrijven lastig passende financiering te vinden en te verkrijgen (zie ook blog 62, waarin wij pleiten voor een financieringsfonds voor MKB financiers). Financieringen tot € 250.000 zijn meer en meer het domein geworden van de nieuwe financiers. Maar ook van particuliere beleggers die direct of indirect (via crowdfunding platforms, via beleggings- en investeringsfondsen) kleine bedrijven financieren. De markt is veranderd, maar functioneert nog onvoldoende. Tijd dus voor de overheid om door middel van wet- en regelgeving de markt te stimuleren!

Fiscale maatregelen kan haperende markt stimuleren

In de afgelopen maanden heeft  Céline Smits voor SMF een afstudeeronderzoek uitgevoerd. Het rapport heeft de titel “Het stimuleren van de Nederlandse MKB financieringsmarkt” en is hier te downloaden. In de studie worden vele overheidsmaatregelen vanuit verschillende landen besproken en beoordeeld en komt de visie van veel betrokkenen uit de markt aan bod. Conclusie is dat de overheid door middel van fiscale maatregelen de haperende markt kan stimuleren.

Onderzoek pleit voor Winwinlening en herinvoering Durfkapitaalregeling

Expliciet wordt gepleit voor een herinvoering van de Durfkapitaalregeling (voorheen Tante Agaathregeling) en de invoering van de Winwinlening naar Belgisch model. Wij onderschrijven deze conclusies en pleiten er voor dat de overheid haar rol van marktmeester grijpt en maatregelen neemt waardoor het in de eerste alinea genoemde verband tussen risico en rendement positief wordt beïnvloed. Het financieren van MKB ondernemingen wordt daardoor vergemakkelijkt.

Blijf op de hoogte

Elke week de non-bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

Blog 63: Tweede dinsdag van september

By | Actualiteiten, Blog


Volgende week is het de derde dinsdag van september en presenteert het Kabinet haar plannen voor het komende parlement jaar. In die plannen zal naar verwachting veel aandacht uitgaan naar het Nederlandse MKB, de motor van onze economie. Wij verwachten dat één van de grote aandachtspunten zal zijn: gezonde financiering van het MKB. Op de tweede dinsdag van september kijken wij vooruit: wat hopen wij op Prinsjesdag terug te vinden in die plannen?

Korte termijn

De politiek heeft in reactie op de Coronapandemie snel gereageerd met grote steunpakketten om het MKB door de crisis heen te helpen. Veel maatregelen zijn erop gericht de korte termijn liquiditeitstekorten op te vangen. Hierbij spelen financiers een uitvoerende rol. Het is een positieve ontwikkeling dat niet alleen de traditionele banken, maar ook een aantal van de non-bancaire financiers is geaccrediteerd om bijvoorbeeld financieringen te verstrekken binnen de BMKB-C garantieregeling. Wij hopen dat dit een nadrukkelijke eerste stap is naar een structurele positie van de non-bancaire financiers in toekomstige wet- en regelgeving betreffende de (MKB-) financieringsmarkt.

Lange termijn

Maar wij pleiten voor meer dan alleen deze korte termijn. Wij verwachten dat in de kabinetsplannen ook extra aandacht wordt besteed aan de gevolgen voor de middellange en lange termijn. De financieringsmarkt voor het MKB verkeert in een turbulente, cruciale verandering. De traditioneel dominante rol van banken is in het segment van microbedrijven verdwenen en neemt ook in het segment van kleinbedrijven jaarlijks af. De ontstane ruimte wordt opgevuld door nieuwe financiers. Door deze nieuwe aanbieders is de markt structureel gewijzigd. Deze structurele wijzigingen vragen een lange termijn visie voor de MKB financieringsmarkt en bijbehorende beleidsmaatregelen. 

Aandachtspunten voor de lange termijn

Wij herhalen enkele wensen, reeds verwoord in eerdere blogs. Het gaat SMF hierbij niet om de financiers, maar om de MKB ondernemer. Alles wat bijdraagt om de bereikbaarheid van financiering voor de MKB ondernemer te vergroten kan rekenen op onze steun.

Gelijk speelveld verschillende aanbieders

Een gelijk speelveld voor de verschillende aanbieders zal de marktwerking verbeteren en zal het MKB ten goede komen. Funding voor alternatieve financiers (blog 62) is daaraan dienstig.

Structurele verbetering eigen vermogen MKB

Een ander aspect wat voor de lange termijn aandacht behoeft is de structurele verbetering van het eigen vermogen van het MKB (zie onze blogs nrs. 28, 29, 51, 52. 53, 54, 55, 56). Door de Coronaproblematiek is al meer aandacht ontstaan voor dit reeds jaren bestaande probleem. MKB’ers beschikken vaak over een tekort aan risicodragend vermogen en kunnen moeilijk eigen vermogen aantrekken. Wij pleiten voor (een mix van) nieuwe instrumenten. Voorbeelden kunnen zijn: een eigen vermogen fonds, fiscale instrumenten (komt tante Agaath terug?), garantieregeling EVL35.

Nieuwe markt vraagt nieuwe specialisten

De financieringsmarkt is complexer dan vroeger. Een belangrijk nieuw aandachtspunt is derhalve: hoe kan de ondernemer geholpen worden bij het vinden van de juiste financiering? Denk hierbij aan voorlichting plus 1 op 1 begeleiding van de MKB ondernemer door een gespecialiseerde, erkende financieringsadviseur (blogs 25, 26, 31, 40 en 44). Een nieuwe markt met nieuwe spelers vraagt ook nieuwe specialisten. Het zou mooi zijn als de overheid ook de professionele ontwikkeling hiervan faciliteert.

IJkmoment voor een betere MKB financieringsmarkt

De derde dinsdag van september is een jaarlijks ijkmoment. Welke maatregelen liggen in het verschiet, welke blijven nog op de plank liggen. SMF pleit voor maatregelen die de veranderende MKB financieringsmarkt verder verbeteren. Met het uiteindelijke doel: verbeterde toegang tot financiering voor MKB ondernemingen. Volgende week weten we meer.

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

Blog 62: Financier de toekomst, steun kleinbedrijf met nieuw fonds

By | Actualiteiten, Blog


Welvaart is de kurk waar een gelukkig land op drijft. Al vele jaren staat Nederland hoog in de internationale lijsten van welvaart en geluk. Welvaart wordt sterk beïnvloed door een succesvol, bloeiend en groeiend Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Vandaar dat vaak gesteld wordt dat het
MKB de motor is van de economie. Daar moet je zuinig op zijn. Het is dan ook logisch dat de Nederlandse overheid na het uitbreken van de Corona pandemie zoveel energie steekt in het ondersteunen van het MKB. Gegeven de maatregelen en de effecten daarvan tot nu toe verdient de overheid hiervoor hulde!

Kleinbedrijf cruciaal voor toekomstige welvaart

Bij de stelling dat het MKB de motor is van de economie past enige verdieping. Het MKB is geen eenduidige groep. Het betreft bedrijven variërend van ‘de bakker op de hoek’ tot bedrijven met 250 medewerkers en € 50 miljoen omzet (deze grote middenbedrijven zijn overigens weer voortgekomen uit het echte kleinbedrijf). Dus binnen de groep MKB bedrijven vormen de KLEINbedrijven de vijver voor de groeiers en latere midden- en grootbedrijven. Valt het kleinbedrijf weg, dan valt de toekomst weg… Met andere woorden: het K L E I N bedrijf is cruciaal voor de toekomstige welvaart van Nederland. Het is dus van vitaal belang dat de overheid met haar corona maatregelen het kleinbedrijf bereikt.

Zijn de maatregelen voldoende gericht op het kleinbedrijf?

Met de eerste twee steunpakketten heeft de overheid op grootste wijze uitgepakt. Loonsubsidies, uitstelregelingen, rechtstreekse kostenbijdragen en financieringsinstrumenten zijn ingezet om de gevolgen van de pandemie op te vangen. Chapeau! Tot nu toe weten veel bedrijven het hoofd boven water te houden. Op Prinsjesdag wordt het volgende pakket maatregelen met een looptijd tot medio 2021 bekend gemaakt. Wij zien dat met vertrouwen tegemoet, maar hebben één grote zorg: zijn de maatregelen voldoende gericht op het kleinbedrijf en dus op een gezonde toekomst, of…. komt er zand in de motor van de economie en betaalt uiteindelijk het kleinbedrijf de tol van de pandemie?

Klein MKB profiteert niet van goedkoop geld ECB

Cruciaal in de maatregelen is het aspect van ondernemingsfinanciering. En hier ontstaat onze vraag: bereikt de overheid het kleinbedrijf (in aantallen veruit de meeste bedrijven in Nederland) met haar financieringsplannen? Wij vrezen van niet. De Nederlandse banken concentreren zich in toenemende mate op iets grotere bedrijven. Dit heeft de afgelopen jaren de ruimte geboden aan de nieuwe financiers (alternatieve financiers, non-bancaire financiers) een steeds groter deel van de financieringsmarkt in het kleinbedrijf te bedienen. Het jaarlijkse onderzoek van SMF bevestigt dit. De banken worden gefaciliteerd met goedkoop geld van de ECB, maar wij vermoeden dat het kleine MKB daar onvoldoende van kan profiteren. Zo leiden in de kern prachtige regelingen niet voldoende tot het gewenste effect op de plaats waar het nodig is: bij het (M)KB. Daarom pleit de Stichting MKB Financiering in een brief aan de ministeries van Economische Zaken en Financiën voor een overheidsfonds dat tegen zachte voorwaarden € 3,4 mrd ter beschikking stelt aan de non-bancaire financiers. De nieuwe (non-bancaire) financiers kunnen zo voor de Overheid een nieuwe marktpartij zijn om het geld te brengen waar het het meest effectief is: bij het MKB. Omdat het MKB de motor is van de economie pleit SMF er voor die motor nu te smeren om zo in de toekomst bloei, groei en welvaart te versterken.

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

 

 

 

Blog 61: Community finance versus werknemersparticipatie

By | Blog, Non bancaire financieringsvormen, Werknemersparticipatie en comunity finance


We hebben in de blogs 57, 58 en 59 de werknemersparticipatie (WNP) besproken. In deze laatste blog uit de reeks van vier leggen wij de link van werknemersparticipatie (WNP) naar community finance. 

Community finance, ook wel gemeenschapsfinanciering genoemd, is de overkoepelende term voor het financieren van een project of organisatie door een groep mensen met een gemeenschappelijk doel. In de praktijk betreft het vaak maatschappelijke voorzieningen en projecten die zijn opgezet vanuit een (lokale) gemeenschap, bijvoorbeeld lokale energievoorziening natuur, milieu en zorgvoorzieningen. Maar ook meer bedrijfs-achtige initiatieven als beheer en exploitatie van wijkcentra, sport en recreatieve voorzieningen, infrastructuur en onderwijs. Deze ontwikkelingen zijn mede een gevolg van trends als:

Iedereen investeerder

Een trend die breder gevoed wordt dan alleen door community finance. Het zijn niet alleen sociale initiatieven die mensen aanzetten tot investeren en het leveren van een bijdrage. Ook door ontwikkelingen in de financiële markten, door langdurig lage tot zelfs negatieve rente, worden mensen uitgedaagd spaargeld anders te beleggen. Er is hierdoor veel geld in de markt beschikbaar. In deze zin zijn werknemersparticipatie (WPN) en community finance vergelijkbaar.

Impact investeren

Investeringen die positieve maatschappelijke effecten tot doel hebben. Overigens is financieel rendement wel degelijk ook van belang, maar dat is niet het enige doel. Ook deze trend is toepasbaar op WNP en community finance.

Lokale betrokkenheid

Er is een sterke trend aanwezig naar lokale invloed. Bewoners willen weer invloed hebben op de voorzieningen en bedrijven die in hun buurt actief zijn en minder afhankelijk zijn van politiek en multinationals. Ook lokale productie van voedsel en goederen en ambachtswerk wordt steeds meer gewaardeerd.

Opkomst bewonersbedrijven, Buurt BVs & Community Businesses

Buiten de grote steden in het Verenigd Koningkrijk is het al heel normaal dat lokale bewoners zelf eigenaar willen zijn van gemeenschappelijke voorzieningen, maar ook samen lokale bedrijven willen exploiteren. Deze trend zien we nu ook naar Nederland komen. Zo zijn er in diverse plaatsen al wijken met een eigen stroomvoorziening.

Resultaten voor bredere groep stakeholders

Door de opkomst van maatschappelijke bedrijven, en de erkenning hiervoor door de overheid voor de oprichting van de BVm entiteit, wordt de focus verlegd van winstmaximalisatie voor een kleine groep financiers naar impact voor een brede groep stakeholders. Door financiering en resultaten ook bij een bredere groep stakeholders op te halen, komen ook de financiële baten bij een breder netwerk terecht.

Werknemersparticipatie is op basis hiervan feitelijk een vorm van community finance, waarbij de stakeholders zelf ook als werknemers directe betrokkenheid hebben bij de organisatie waar ze werkzaam zijn.

Financiering als bindmiddel voor bereiken gezamenlijke doel

Financieren is in deze voorbeelden niet alleen een financieel vraagstuk. Hier is financiering  een middel waarmee impliciet een ander doel dan financiering wordt bereikt. Financiering is in feite een geïntegreerd onderdeel van ondernemen, samenwerken en handelen van (groepen van) mensen. Met elkaar kun je voordelen behalen die het individu alleen niet bereikt. Financiering werkt hier als bindmiddel voor het bereiken van het gezamenlijke doel. Eén van de mooie kanten van het nieuwe financieren.

Blijf op de hoogte

Elke week de non bancaire financiële ontwikkelingen, trends en toekomst via ons volgen? Schrijf je dan in voor onze blog en ontvang deze elke week in je postbus.

Eerdere blogs over werknemersparticipatie

Deel 1: Wat is een werknemersparticipatie en welke vormen zijn er
Deel 2: Motieven voor en kenmerken van een werknemersparticipatie
Deel 3: Het invoeren van een werknemersparticipatie
Deel 4: Community finance

 

Blog 60: Fijne bestemming! 520 Eiffeltorens of 2 keer naar de Maan?

By | Actualiteiten, Blog

Heb je als ondernemer geld nodig? Dan ga je naar een financier en je vraagt een lening aan. Hoe werkt dat? Je geeft aan

  • Waar je het geld voor nodig heb
  • Hoeveel geld je daarnaast zelf kan inbrengen
  • Wat je prestaties en resultaten in het verleden zijn geweest
  • En wat het effect zal zijn van de investering met het geleende geld

De geldverstrekker zal bereid zijn het gevraagde krediet te verstrekken als naar diens oordeel de historische prestaties en het toekomstperspectief daar aanleiding toe geven. Als ondernemer kan je het soms niet geheel eens zijn met de beslissing, maar je begrijpt dat de geldschieter deze afweging maakt.

Hoe anders is dat in Europees overheidsverband…… 

De berichtgeving over de Europese Top van het afgelopen weekend werd gedomineerd door de rol en positie van de vrekkige vier landen, waarbij onmiskenbaar een hoofdrol was weggelegd voor onze premier, Mark Rutte. De discussies gaan over het Europese herstelplan ter grootte van € 750 miljard euro.  Kern van de berichtgeving over deze  discussie gaat niet over de inhoud, het gaat alleen over de vorm: moet het bedrag geheel ter beschikking gesteld worden als subsidie, geheel als leningen of en mix, al dan niet met  voorwaarden. 

Geen enkel bericht gaat over de vraag: Wie heeft hoeveel nodig en waarvoor?

 

Hoeveel is 750 miljard euro?

Met name de hoeveelheid geld is interessant. Hoeveel is dat nu eigenlijk, 750 miljard euro?  Omdat het vakantietijd is hebben wij twee vakantiebestemmingen geselecteerd om het bedrag te visualiseren: de Eiffeltoren en de Maan.

Europese herstelfonds visualiseren

1 euro weegt 7,5 gram, de Eiffeltoren weegt ruim 10 miljoen kilogram. Als je 1,35 miljard euromunten opstapelt heb je een volledige Eiffeltoren! Als we het bedrag van het Europese herstelfonds op deze wijze visualiseren spreken we over 520 gestapelde Eiffeltorens, dat is 18 Eiffeltorens in elk Europees land……

Twee keer op en neer naar de maan

Een andere manier van visualiseren is alle 750 miljard euro’s stapelen en zien hoe ver je komt. Er ontstaat een stapel munten van ruim 1,7 miljoen km. Dat is twee keer op en neer naar de maan!

Fijne bestemming

Wat en hoe de dames en heren in Brussel ook beslissen, wij hebben er nu twee vakantiebestemmingen voor. De komende vier weken gaan we fijn besteden aan vakantiebestemmingen, zodat u ons volgende blog, dan weer in alle ernst, op dinsdag 25 augustus tegemoet kan zien, goede vakantie!

Blijf op de hoogte

Blijf ook na de zomervakantie op de hoogte en schrijf je in voor onze blog. Na inschrijving ontvang je dan elke week een email met de blog in je postbus.

Blog 59: Werknemersparticipatie, deel 3: het invoeren van een WNP

By | Blog, Non bancaire financieringsvormen, Werknemersparticipatie en comunity finance

De werknemersparticipatie (WNP) is een specifieke vorm van community finance. In een reeks van 4 blogs bespreken wij de kenmerken, de werking en de voor- en nadelen van een WNP. 

Deel 1: Wat is een werknemersparticipatie en welke vormen zijn er
Deel 2: Motieven voor en kenmerken van een werknemersparticipatie
Deel 3: Het invoeren van een werknemersparticipatie
Deel 4: Community finance

Deze week besteden wij aandacht aan het invoeren van een werknemersparticipatie.

Het invoeren van werknemersparticipatie vraagt een zorgvuldige voorbereiding, want de regeling moet lang meegaan. De introductie en invoering van een WNP kent vier fasen:

1. Oriëntatiefase

Wat zijn de afwegingen en motieven en welke doelen wil je nastreven? Wil je medewerkers binden? Zijn er medewerkers die je juist niet wilt binden? Past WNP binnen de cultuur van het bedrijf: is er voldoende communicatie en openheid? Zijn de medewerkers geïnteresseerd in een deelname in het bedrijf? Zijn ze bereid geld te investeren in de onderneming? Wil of kan het bedrijf medewerkers financieel faciliteren om participaties te verwerven? Als duidelijk is dat een participatieregeling past binnen de onderneming, kan men zich oriënteren op welke mogelijkheden en vormen er zijn om te toetsen of deze voldoen aan de geformuleerde doelen. 

2. Ontwerpfase

In de ontwerpfase kies je het gewenste participatiemodel en de omvang van het percentage aandelen dat aan de medewerkers ter beschikking zal worden gesteld. De juridische structuur wordt gecheckt en zo nodig aangepast. In deze fase is het inschakelen van een expert onontbeerlijk. Hoeveel is het bedrijf waard? Er moet een waardebepaling (nulmeting) van de aandelen plaatsvinden, die met de fiscus afgestemd dient te worden. De fiscus wil voorkomen dat medewerkers ‘te goedkoop’ aandelen verwerven, want dat zou een vorm van verkapt loon zijn. Het verdient aanbeveling met de fiscus een lange termijnafspraak te maken over de waarderingsmethode, zodat je niet jaarlijks goedkeuring hoeft te verkrijgen. In de ontwerpfase wordt tevens bepaald hoeveel procent van het aandelenkapitaal voor de medewerkers ter beschikking komt. De vraag is of de regeling voor alle medewerkers toegankelijk wordt gemaakt, of voor een selecte groep. Aan welke voorwaarden en eisen moeten ze voldoen om in aanmerking te komen? Alle voorwaarden en condities worden vastgelegd in een reglement. 

3. Invoeringsfase

De daadwerkelijke invoering vereist goede voorlichting aan de medewerkers. Dit kan geschieden in de vorm van een (beperkte) prospectus. Daarin wordt de bedrijfskundige informatie van het bedrijf opgenomen, evenals een globaal overzicht van de voorwaarden en condities waaronder potentiële deelnemers kunnen deelnemen. Leg in deze fase alle relevante documentatie zorgvuldig vast. Communiceer alleen op basis van de documenten, teneinde ruis in de communicatie te voorkomen. Geef expliciet toelichting op de wijze waarop de waardebepaling (de nulmeting) tot stand is gekomen en leg uit hoe de waarde in de komende jaren zal worden vastgesteld. Dit is immers bepalend voor de waarde van hun deelneming en dus voor het rendement dat de deelnemers op hun investering kunnen realiseren. 

4. Onderhoudsfase

WNP vereist zorgvuldige vastlegging en administratie. Om de handel in de participaties mogelijk te maken, wordt periodiek een “handelsdag” georganiseerd (gebruikelijk is eenmaal per jaar). De medewerkers ontvangen daartoe jaarlijks een specifieke verslaglegging over de gang van zaken van de onderneming, plus de actuele prijs van de participaties. De prijs wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de in de regeling opgenomen methode van waardering. Op een handelsdag kunnen medewerkers participaties bijkopen of terugverkopen aan de onderneming (DGA). Periodiek dient de waarde van de participaties door een externe deskundige te worden gecheckt. De frequentie hiervan is mede afhankelijk van de ruling die met de fiscus is getroffen, en van de ontwikkelingen van het bedrijf en zijn omgeving. Een frequentie van eenmaal per drie à vier jaar is meestal toereikend.

Interesse participatie neem toe

Hoewel werknemersparticipaties in het verleden (jaren zestig en zeventig) enige malen inzet zijn geweest bij cao onderhandelingen is het instrument in Nederland beperkt toegepast. Het opleidingsniveau van medewerkers in onze huidige kenniseconomie is hoger en ook ondernemerschap is populairder dan in die periode. Dit zijn wellicht redenen waarom op dit moment de interesse lijkt toe te nemen. Die interesse is breder dan alleen werknemersparticipatie. Ook participatie vanuit de keten (afnemers, leveranciers en financiers) lijkt toe te nemen. Daarom besteden we volgende week nog één blog aan deze verbreding: community finance.

Blijf op de hoogte

Volgende week bloggen we over het invoeren van een werknemersparticipatie. Blijf op de hoogte en schrijf je  in, je ontvangt dan elke week onze blog in je postbus.