Woordenlijst

A B Z C D E F G H I J K Z L M Z N O P Q R S T U V W X Y Z


Achtergestelde lening

Bij een achtergestelde lening zijn de rechten van de schuldeiser (in het geval van faillissement van de  schuldenaar) achtergesteld ten opzichte van de andere schuldeisers. De schuldeiser komt in een faillissement in de volgorde van schuldeisers ná de concurrente (‘gewone’) schuldeisers zoals de werknemers en de banken.

Vaak eist een bank dat tijdens de looptijd ook de rentebetaling wordt achtergesteld of zelfs volledig wordt uitgesteld totdat de banklening is afgelost.

AFM

Autoriteit Financiële Markten. Dit is in Nederland (sinds 2002) de  gedragstoezichthouder op de financiële markten.  Zij houdt toezicht op het gedrag van participanten in de financiële markten, waaronder: financiële dienstverleners, beurzen, bemiddelaars, accountants. De AFM is autonoom; de minister van Financiën is politiek eindverantwoordelijk en benoemt en ontslaat de bestuurders.

Algoritme

Kredietbeoordeling op basis van algoritme betekent dat de beoordeling geautomatiseerd plaastvindt op basis van vaste formules. Een algoritme is een technische redeneermethode waarbij géén gebruik wordt gemaakt van menselijke intuïtie om tot een resultaat te komen.

Activa

De activa van een onderneming zijn alle bezittingen van de onderneming

B2B

B2B is een internationale aanduiding voor Business-to-Business: bedrijven die zaken doen met andere bedrijven, niet met particulieren.

Business angel

Ook durfkapitalist of informal investor genoemd is een vermogende particulier (vaak een ondernemer die zijn bedrijf heeft verkocht) die een gedeelte van zijn eigen geld actief investeert in het kapitaal  van veelbelovende bedrijven in ruil voor aandelen of een achtergestelde lening (of een combinatie van beide). In de praktijk gaat het per investering doorgaans om bedragen tussen 50.000 en 500.000 euro.

Naast geld kan hij ook ervaring en specifieke kennis inbrengen en vervult hij soms de rol van permanente adviseur.  In diverse regio’s bestaan er netwerken van business angels.

Cashflow

In Nederlands: kasstroom, ofwel de in- en uitstroom van geld binnen een onderneming. De netto kasstroom is het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven gedurende een bepaalde periode. Bij een positieve kasstroom overtreffen de ontvangsten de uitgaven. Uit dit overschot kan men leningen aflossen, nieuwe investeringen verrichten en dividend aan de aandeelhouders uitkeren.

Certificaten van aandelen

Een certificaat van een aandeel geeft wel recht op de winst van het aandeel, maar niet de zeggenschap.

Covenants

Covenants zijn afspraken tussen geldverstrekker en geldlener. Het betreft verplichtingen waaraan de geldlener dient te voldoen, zowel vóór de kredietverstrekking als tijdens de looptijd van de financiering. In covenants worden de verstrekkingsvoorwaarden en de opzeggingsgronden afgesproken.

Crediteurentermijn

De (gemiddelde) tijdsduur die verstrijkt tussen het ontvangen van facturen en de betaling er van.

Creditrating

De creditrating, ook wel kredietstatus of kredietbeoordeling genoemd, is een oordeel over de kredietwaardigheid van de uitgever van de kredietnemer in de vorm van een “rapportcijfer”. Bij een goede creditrating wordt de kans hoog ingeschat dat de schuldenaar zonder problemen aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Crowdfunding

Crowdfunding is een financieringswijze waarbij gebruik wordt gemaakt van publieke financiering van een project of onderneming. Investeerders/beleggers kunnen inschrijven op financieringsverzoeken die op het internet via een crowdfundingplatform worden gepubliceerd. De inleg per persoon kan vanaf relatief kleine bedragen, waardoor de groep van investeerders/beleggers die de vereiste financiering bijeenbrengt groot kan zijn.

Current ratio

De current ratio geeft in één getal de verhouding aan tussen de vlottende activa van een onderneming en de vlottende (korte) passiva. Financiers beschouwen een current ratio groter dan 1 als gezond, omdat dan voldoende vlottende activa aanwezig zijn om aan de verplichtingen op korte termijn kan worden voldaan.

Debiteurenfinanciering

Zie factoring.

Debiteurentermijn

De (gemiddelde) tijdsduur die verstrijkt tussen het versturen van facturen en de betaling er van.

Debt/Ebitda (D/E)

De hoeveelheid rentedragende schuld (debt) van een bedrijf ten opzichte van van haar cashgenererende vermogen (ebitda). Dit is een maatstaf om te beoordelen of een onderneming al dan niet “over”- gefinancierd is. Het keerpunt ligt in de ogen van financiers bij D/E=3. Als D/E groter is dan 3 heeft de onderneming (te) veel rentedragende schulden.

Defaultpercentage

Het defaultpercentage (probability of default) geeft de kans aan dat een onderneming binnen twaalf maanden niet meer aan (al) haar verplichtingen kan voldoen. Het is voor financiers een indicator voor het risico als men overweegt  om aan een bedrijf krediet te verstrekken.

Dekkingswaarde

De waarde die door financiers wordt toegekend aan de zekerheden die een schuldenaar heeft gegeven ter afdekking van het kredietrisico. Een hypothecaire inschrijving op een pand met overwaarde heeft een hoge dekkingswaarde. Een verpanding van “goederen in bewerking” heeft een lage dekkingswaarde.

Direct lending

Schuld die niet openbaar wordt uitgegeven zoals bij crowdfunding of een beurs. In het kader van het nieuwe financieren worden met direct lending de (veelal internet-) aanbieders aangeduid die zelf over voldoende middelen beschikken om financiering aan MKB te verstrekken. De middelen waarover zij beschikken zijn afkomstig van grotere investeerders, banken of institutionele beleggers.

EBITDA

Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization. Dit is een indicatie voor het “cash genererende vermogen” van een onderneming. Het wordt gebruikt als maatstaf voor de winst die een onderneming haalt met haar operationele activiteiten zonder dat hier kosten en opbrengsten van de financiering in verwerkt zijn.

Effectenbeurs

Een effectenbeurs is een organisatie die het mogelijk maakt om effecten zoals aandelen en obligaties uit te geven en te verhandelen. Kopers en verkopers kunnen via de handelsfaciliteit die de effectenbeurs biedt hun waardepapieren aan elkaar aanbieden

Eigen vermogen

Het eigen vermogen van een onderneming is het balanstotaal  minus de schulden. Eigen vermogen neemt toe als winst wordt gerealiseerd. Bij verlies neemt het eigen vermogen af.

Euribor

European Interbank Offered Rate: dit is het tarief op de geldmarkt waartegen interbancaire termijndeposito’s met een korte vaste looptijd (variërend van 1 week tot 12 maanden) worden aangeboden. Euribor wordt als basis gehanteerd voor de tarifering van “kort” geld.

Factoring

Factoring is debiteurenfinanciering: de onderneming verkoopt of draagt zijn debiteuren over aan een factormaatschappij. De factormaatschappij betaalt goedgekeurde vorderingen onmiddellijk uit. De onderneming beschikt hierdoor direct over het geld en hoeft niet te wachten totdat de klanten de facturen hebben betaald.

FFF

De afkorting FFF staat voor Family, Friends en Fans en wordt gebruikt om de inner circle van de ondernemer aan te duiden: Family, Friends en Fans. Family en friends zijn duidelijk. Met fans worden aangeduid worden die geen professionele investeerder, bank, specialist of deskundige zijn. Zij investeren hun geld niet primair om het rendement, maar om het verhaal en beeld van de ondernemer en het gevoel dat zij bij de persoon van de ondernemer hebben. Ze investeren voornamelijk op basis van het vertrouwen in de ondernemer.

Garantievermogen

Zie risicodragend vermogen.

Groeifase

Een onderneming verkeert in een groeifase wanneer het bedrijf beduidend sneller groeit dan de markt.  Er worden 2 groeifasen onderscheiden: de vroege groeifase en de latere groei wordt aangeduid met alleen de term groeifase.

In de vroege groeifase mist de onderneming nog stabiliteit. Het aantal klanten neemt in deze fase significant toe. Het bedrijf ïnvesteert in (efficiëntere) grotere productieaantallen, marketingactiviteiten en organisatorische aanpassingen (zoals huisvesting en personeel). In deze fase passen de volgende financieringsmogelijkheden het best: informal investor (of business angel), kleinere participatiemaatschappij (of investeringsfonds), factoring of een andere direct lender gericht op groei.

Groeifase

In de latere groeifases heeft de onderneming al meer fundament. In een snelle groeifase wordt in de regel beperkte winst gemaakt. De organisatie heeft soms zelfs te maken met groeistuipen. De concurrentie is doorgaans sterk.
Voor de hand liggende financiering: informal investor, participatiemaatschappij, MKB beurs (NPEX), factoring, direct lender gericht op groei en bij goede balansverhoudingen en beperkte risico’s eventueel een bank.

Groeifinanciering

Een bedrijf in groeifase heeft vaak extra behoefte aan kapitaal voor de groei van voorraad, het oplopen van de  debiteuren, het uitbreiden van de salesfunctie etcetera. De financiering hiervan wordt met de term groeifinanciering aangeduid.

Hefboomfactor

De financiële hefboomfactor is het effect dat een onderneming zijn rendement op het eigen vermogen vergroot dankzij het aantrekken van vreemd vermogen.

Hybride vermogen

Vreemd vermogen met enkele eigenschappen van eigen vermogen. Een voorbeeld is de achtergestelde lening. Hybride vermogen wordt meegeteld in het risicodragende vermogen van een onderneming en draagt daardoor bij aan verbetering van de solvabiliteit.

ICR

Interest-coverage ratio, ofwel rentedekkingsratio. Deze wordt berekend door het bedrijfsresultaat te delen door de rentelasten. De ICR geeft aan hoeveel maal een onderneming haar interestlasten verdient. Het is een maatstaf voor de mate waarin de winst voor interest en belasting kan terugvallen zonder dat de onderneming in financiële moeilijkheden komt. De norm voor deze waarde is 3 tot 5 maal.

Ideefase

Zie ook groeifase, In de voorbereidingsfase is kapitaal nodig om te onderzoeken of een idee of concept kans van slagen heeft om op de markt te brengen. Veelal is de kapitaalbehoefte beperkt (< 50.000 euro). In deze fase is het verkrijgen van zakelijke financiering nagenoeg onmogelijk. Andere financieringsbronnen die aangeboord kunnen worden zijn:  eigen geld, subsidies, inbreng van vrienden en familie (friends, family & fans).

Informal investor

Zie business angel

Innovatie

Vernieuwing. Kan slaan op een nieuw idee, product, dienst en proces of verbetering van bestaande producten, diensten en processen. Omdat bij innovatie een historisch referentiekader ontbreekt zijn meer financiers terughoudend bij de financiering van innovatie dan bij de financiering van “bekende” (reeds bewezen) producten, diensten en processen.

Ketenfinanciering

Verzamelnaam van allerlei financieringsvormen tussen bedrijven in de keten onderling, met als doel de onderlinge financieringsruimte te vergroten. Ketenfinanciering is onderdeel van supply chain management.

Kredietlimiet

Het maximale bedrag waarover een onderneming kan beschikken (“rood mag staan”) op de lopende rekening.

Kredietunie

Een kredietunie is een coöperatieve kredietvereniging zonder winstoogmerk waarin ondernemers zich per regio of per branche organiseren om elkaar geld te lenen.

Levensfase bedrijf

De ontwikkelingsfase van een bedrijf. Een bedrijf gaat in de loop der jaren door verschillende ontwikkelingsfasen heen. In elke levensfase heeft een onderneming vaak een specifieke financieringsbehoefte, met bijbehorende kenmerken als de omvang van de financiering, de vorm (aandelen, lening, subsidie) en het risicoprofiel. De volgende fasen worden onderscheiden: ideefase (voorbereiding), startfase, vroege groeifase, groeifase, volwassenfase, neergangfase (of doorstartfase)

Leasing

Leasing is een van de vormen van objectfinanciering. De financier financiert specifieke vaste activa. De meest bekende en geaccepteerde vorm van leasing is autolease, maar ook andere activa zijn te leasen: productieapparatuur, magazijninrichting, kantoorinventaris en computers. Sinds de economische crisis heeft leasing aan populariteit gewonnen.  Er zijn twee hoofdvormen

  1. Financial lease – Dit is juridisch een zuivere leenvorm, net als een lening bij een bank of crowdfundingplatform. Het is een annuïteitenlening gekoppeld aan een specifiek object. In de looptijd van het contract wordt de lening volledig afgelost.

  2. Operational lease – Dit is juridisch niet een leenvorm, maar een vorm van huur. Gedurende de looptijd van het contract huur je het object tegen de overeengekomen leaseprijs. Aan het einde van de looptijd word je in de gelegenheid gesteld het object te kopen tegen een restwaarde van 5 à 10%. Operational lease biedt extra mogelijkheden, want binnen deze vorm van leasing bestaat de mogelijkheid om aanvullende diensten mee te leasen: verzekering, onderhoud en dergelijk.

Lineaire lening

Een lineaire lening wordt gelijkmatig afgelost. Per termijn betaal je een vaste aflossing plus rente. De verschuldigde rente wordt berekend over het nog openstaande saldo van de hoofdsom. Dit neemt dus elke termijn af. De totale lasten zijn aan het begin van de looptijd relatief hoog. De hoofdsom is dan nog hoog, dus wordt er veel rente betaald

Liquiditeit

Zie ook current ratio. De liquiditeit geeft aan in welke mate een onderneming aan haar lopende betalingsverplichtingen kan voldoen. Als de som van vlottende activa en liquide middelen groter is dan de verplichtingen op korte termijn is een onderneming liquide. Zie ook werkkapitaal.

Loan to value (LTV)

De verhouding tussen een lening en de waarde van het gefinancierde object. Als een pand € 250.000 waard is en de hypothecaire lening bedraagt € 200.000 dan is

LTV = 250.000 / 200.000 = 80%.

Mezzaninelening

Zie achtergestelde lening. Een mezzaninelening is een achtergestelde lening waaraan eventueel extra voorwaarden en condities zijn gekoppeld.

Microkrediet

Oorspronkelijk wordt met de term microkredieten kleine leningen (tot maximaal enkele honderden euro’s) bedoeld die voornamelijk worden toegekend aan kleine (vrouwelijke) ondernemers in ontwikkelingslanden wat hen de gelegenheid biedt te investeren en zodoende zelfstandig inkomen te verwerven.

Inmiddels wordt de term in zakelijke financiering vaak gebruikt als men spreekt over financieringen tot € 50.000.

MKB beurs

Via een MKB beurs kunnen bedrijven vanaf € 1 miljoen aandelen en obligatieleningen uitgeven. Een MKB beurs biedt de faciliteiten om de aandelen en obligaties te verhandelen. Kopers en verkopers kunnen via de handelsfaciliteit die de beurs biedt hun waardepapieren aan elkaar aanbieden.

Objectfinanciering

De term ‘objectfinanciering’ is een verzamelnaam voor de zakelijke financieringen waarbij de financiering in directe relatie staat met de investering. Met andere woorden, financiering en investering zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De investeringen worden per object gefinancierd. Vormen van objectfinanciering zijn:

  • Hypothecaire geldlening: voor investeringen in onroerend goed;

  • Leasing: voor investeringen in bedrijfsmiddelen, zoals machines en vervoermiddelen;

  • Factoring: voor de financiering van debiteuren (en soms ook voorraad).

Obligaties

Een obligatie is een lening die (via een beurs) verhandelbaar is. Als een bedrijf geld nodig heeft voor een investering kan het door het (als het bedrijf daarvoor in aanmerking komt) uitgeven van een obligatielening aan de financiering komen.

Obligo

Binnen het vakgebied financiering wordt met obligo het totaalbedrag aan verplichtingen bedoeld. Als een onderneming bij een financier een hypotheek heeft van € 500.000, een lening van € 200.000 en een rekeningcourantkrediet van € 100.000 bedraagt het obligo de optelsom hiervan, dus € 800.000.

Overbruggingskrediet

Een kortstondige, tijdelijke financiering. Wanneer geïnvesteerd wordt in bedrijfsmiddelen, terwijl de oude nog niet verkocht zijn beschikt de ondernemer nog niet over de opbrengst van de oude te verkopen  bedrijfsmiddelen en heeft hij tijdelijk behoefte aan extra financiering: overbruggingskrediet. Dit wordt afgelost zodra de oude bedrijfsmiddelen zijn verkocht. Een bekend voorbeeld is de investering in een nieuw pand, terwijl het oude nog niet is verkocht.

Participatiemaatschappij

Ook wel investeringsmaatschappij genoemd. Deze investeert in ondernemingen en verwerft in ruil daarvoor een deel van het aandelenkapitaal (bezit) van de onderneming en dus ook mede  zeggenschap.

Private equity

Letterlijk: privaat vermogen. Het is de benaming voor investeerders die buiten de aandelenbeurs om financieel in bedrijven participeren. Voorbeelden zijn participatiemaatschappijen, informal investors en venture capitalists.

Regionale ontwikkelingsmaatschappij

Afgekort ROM. Is een specifieke variant van de participatiemaatschappij. In Nederland wordt met een ROM een investeringsmaatschappij aangeduid met als aandeelhouders het rijk (in praktijk: het Ministerie van Economische Zaken) en de provincies waarin betreffende ROM  is gevestigd. ROM’s hebben, in afwijking van particuliere participatiemaatschappijen, specifieke kenmerken en doelstellingen teneinde de regionale economische structuur te versterken. Zij hebben 4 hoofdtaken, namelijk:

  1. participatie en beheer (investeren in particuliere ondernemingen)

  2. ontwikkeling en innovatie bevorderen.

  3. investeringsbevordering: buitenlandse bedrijven binnenhalen en voorkomen dat Nederlandse bedrijven naar het buitenland vertrekken.

  4. herstructurering en ontwikkeling van bedrijventerreinen

Rentedekking

Zie ICR

Risicodragend vermogen

De vermogensbestanddelen binnen een onderneming die permanent en semipermanent ter beschikking zijn gesteld. Een voorbeeld van permanent vermogen is eigen vermogen, een voorbeeld van semi permanent vermogen is de achtergestelde lening. In geval van betalingsproblemen of faillissement komen de verstrekkers van het risicodragend vermogen als laatste aan de beurt om te worden terugbetaald. Zij dragen zo het risico van de onderneming.

Risicomijdend vermogen

Geld dat aan een onderneming ter beschikking is gesteld dat, ongeacht de gang van zaken van het bedrijf, terugbetaald dient te worden. Voorbeelden zijn alle leningen, kredieten, factoring, leasing.

Riskrating

Zie creditrating

Solvabiliteit

Solvabiliteit is de hoeveelheid eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal van een onderneming.

Stapelen

Het bewust combineren van verschillende geldverstrekkers binnen één financieringsronde.

Startfase

Het begin van de onderneming. Accent ligt op het vervolmaken van het product en de marktintroductie. Deze fase vereist grote investeringen in tijd en geld. Winst maken lukt in deze fase niet of nauwelijks. Financiers beschouwen vaak ondernemingen <2 jaar in de startfase. Kenmerkend is dat er nog weinig basis is voor continuïteit op lange termijn.
Voor de hand liggende financieringsmogelijkheden zijn: eigen geld, subsidies, informal investor (business angel), Qredits. Maar ook nieuwe financiers als crowdfunding, sommige factormaatschappijen en direct lenders. Banken zijn in deze fase terughoudend.

Starter

De termen starter en start-up worden door verschillende partijen verschillend gebruikt en geïnterpreteerd. De term  starter is van toepassing op élk nieuw ondernemingsinitiatief. Met de term start-up wordt vaak een specifieke groep van op innovatie gebaseerde starters aangeduid: een nieuw bedrijf rond een innovatief product of dienst, bedrijfsproces of een platform, vaak ontstaan omdat men een bepaalde marktbehoefte ziet waaraan men tegemoet wil komen.

Start-up

Zie starter

Supply chain management

Ook wel integraal ketenbeheer genoemd. Bedoeld wordt om door middel van het verbeteren van processen en samenwerking met leveranciers en afnemers een betere functionaliteit van het deelnemende bedrijf in de keten te bewerkstelligen. Onderdeel van suplly chain management kán ketenfinanciering zijn.

Teaser

In corporate finance wordt met een teaser een document bedoeld waarin op anonieme wijze de verkoop van een onderneming wordt aangekondigd. Het document is bedoeld om interesse te peilen bij potentieel geïnteresseerden.

Uitwinning zekerheden

Het te gelde maken van een zekerheidsrecht. Als een bedrijf zijn verplichtingen jegens een kredietverstrekker niet nakomt kan de  kredietverstrekker het gegeven onderpand (de zekerheid) zelfstandig te gelde maken.

Vendorloan

Een financiering verstrekt door de verkoper. Als in een verkooptransactie niet direct de gehele koopsom wordt betaald is de restantvordering van de leverancier een vendorloan. Met name in bedrijfsovernames wordt het fenomeen vendorloan toegepast, maar ook bij de koop van  investeringsgoederen en bij vastgoed transacties.

Volwassen fase

Kenmerk van de volwassen fase is dat een onderneming voldoende basis heeft voor continuïteit: de organisatie “staat”, medewerkers kennen hun rollen en taken, er zijn voldoende vaste klanten , voldoende producten zijn verkoop gereed, de rentabiliteit is relatief stabiel, de financiële positie is voldoende. Voor de continuïteit is er geen noodzaak op korte termijn veranderingen door te voeren.

Voorfinanciering

Vergelijkbaar met overbruggingsfinanciering. Met voorfinancieren wordt bedoeld het ter beschikking stellen van gelden (in de vorm van een lening of kredietfaciliteit) op basis van een (vrijwel) zekere transactie in de toekomst. Naast de overbruggingsfinanciering kun je ook denken aan bijvoorbeeld de voorfinanciering van debiteurenbetalingen (factoring).

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen

Werkkapitaal

Financiers bedoelen met de term werkkapitaal: het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, vorderingen en liquide middelen) op de balans van een onderneming en de vlottende passiva (crediteuren en andere korte termijn schulden). Het werkkapitaal is positief als de berekening (vlottende activa -/- korte passiva) positief is.

Zekerheden

Tegenover een financiering kan een schuldenaar zekerheden verstrekken aan de schuldeiser om diens risico te beperken in geval hij de verplichtingen uit hoofde van de financiering niet meer kan nakomen. Een recht van zekerheid verschaft de houder er van het recht om het betreffende zekerheidsgoed uit te winnen. Bekend voorbeeld is hypotheekrecht op onroerend goed. In bedrijfsfinanciering worden ook andere activa door middel van pandrecht overgedragen. Voorbeelden zijn verpanding van inventaris, rollend materieel, voorraden en debiteuren.